ECLI:NL:RBGEL:2023:608
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 wegens nieuw feit en geen ambtelijk verzuim
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2013, opgelegd door verweerder. De navorderingsaanslag hield verband met inkomsten uit aanmerkelijk belang in de vennootschap [B Ltd], die in 2013 is geliquideerd. De rechtbank onderzocht of verweerder beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en of sprake was van ambtelijk verzuim.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten tijde van de oorspronkelijke aanslag niet op de hoogte was en ook niet redelijkerwijs had kunnen zijn van de inkomsten uit aanmerkelijk belang in 2013, mede omdat eiseres en haar echtgenoot deze inkomsten niet hadden vermeld in hun aangiften. Het eerste moment waarop verweerder hiervan op de hoogte kon zijn, was het antwoord van de echtgenoot op vragen over de aangiften 2015 en 2016. Dit vormde een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR Pro.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder geen ambtelijk verzuim had gepleegd, omdat er geen aanleiding was om te vermoeden dat inkomsten uit aanmerkelijk belang waren genoten. Ook de vermeende vermogenssprong in 2014 en het ontbreken van specificaties in de aangifte 2013 rechtvaardigden geen ander oordeel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Daarnaast werd het beroep tegen de belastingrente ongegrond verklaard en was er geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 wordt ongegrond verklaard wegens het bestaan van een nieuw feit en het ontbreken van ambtelijk verzuim.