ECLI:NL:RBGEL:2023:626

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 februari 2023
Publicatiedatum
8 februari 2023
Zaaknummer
C/05/399948 / HA ZA 22-76
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 6:119 BWArt. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing betaling voor dakwerk en meerwerk in aanneming van werk geschil

In deze civiele zaak tussen een aannemer en een BV over aanneming van werk en de hoogte van kosten voor meerwerk heeft de rechtbank het verstekvonnis vernietigd en opnieuw beslist. De aannemer vorderde betaling voor werkzaamheden aan het dak en meerwerk bij projecten in Amsterdam en Heemstede.

De rechtbank oordeelde dat de aannemer onvoldoende bewijs leverde voor bepaalde meerwerkopdrachten, zoals rioleringswerkzaamheden en het aanleggen van hemelwaterafvoeren, waardoor deze vorderingen werden afgewezen. Voor het dakwerk stelde de rechtbank de kosten op redelijke wijze vast op €1.000,00, ondanks dat de specificatie niet volledig was onderbouwd.

De rechtbank corrigeerde tevens een kennelijke verschrijving in het tussenvonnis en stelde het totaal toe te wijzen bedrag vast op €15.678,80, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 26 april 2021. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van €931,79 en proceskosten van €2.248,98 toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van €16.610,59 plus wettelijke rente en proceskosten, en vernietigt het verstekvonnis.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/399948 / HA ZA 22-76
Vonnis in verzet van 15 februari 2023
in de zaak van
[eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet],
wonende te [woonplaats],
eiser in de hoofdzaak,
eiser in het (voorwaardelijk) incident,
gedaagde in het verzet,
advocaat mr. J. de Groot te Amstelveen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde in de hoofdzaak,
gedaagde in het (voorwaardelijk) incident,
eiseres in het verzet,
advocaat mr. M.J.W. van Osch te Tiel.
Partijen zullen hierna [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] en [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 2 november 2022
  • het verzoek tot verbetering van fouten in het tussenvonnis van [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] in het rolbericht van 17 november 2022
  • de akte van [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] van 23 november 2022
  • de antwoordakte van [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] van 21 december 2022.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 2 november 2022 is aan [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] opgedragen te bewijzen dat hij van [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] ten behoeve van project Amsterdam opdracht heeft gekregen om:
 in de kelder drie rioleringsbuizen te vervangen, zijnde twee vuilwaterleidingen en een hemelwaterafvoer,
 een gat te boren in verband met het plaatsen van een buitenkraan,
 vier afstandsbedieningen te leveren ten behoeve van de mechanische ventilatie, en
 drie zinken hemelwaterafvoeren aan te leggen bij de gerealiseerde uitbouw.
Voorts is [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] daarbij in de gelegenheid gesteld om de omvang van de werkzaamheden die hij heeft verricht met betrekking tot het dak van de gerealiseerde uitbouw bij project Amsterdam nader te specificeren en te onderbouwen.
Project Amsterdam
2.2.
[eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] heeft ervan afgezien bewijs te leveren. Daardoor is niet komen vast te staan dat hij opdracht heeft gekregen van [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] voor het uitvoeren van het meerwerk ten aanzien van de rioleringen in de kelder, het boren van een gat voor de buitenkraan, het leveren van vier afstandsbedieningen en het aanleggen van drie zinken hemelwaterafvoeren. In zoverre zullen de met dit meerwerk gevorderde bedragen worden afgewezen.
2.3.
Om te bepalen wat de hoogte is van de in rekening gebrachte kosten van het dakwerk enerzijds en de kosten voor het aanleggen van de drie zinken hemelwaterafvoeren anderzijds is [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] in de gelegenheid gesteld de post ‘dakwerk en zinken hwa’s’ te specificeren (zie rov 4.26 van het tussenvonnis). [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] heeft in zijn akte de volgende specificatie gegeven:
Dakwerk:
Arbeidsloon 20 x 1200,-
Bedekking, primer, 2 uitwateringen, kit, gas, doeken en puinzakken 167,-
Transport30,-
Totaal 1397,-
HWA
3 stuks zinken hemelwaterafvoeren aangebracht
Arbeidsloon 2,5 x 150,-
Zinken buis ca 9m1 81,-
Zinken bochten 27,-
Beugels en wrongen 8x45,-
Totaal 303,-
2.4.
[gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] heeft deze specificatie weersproken.
2.5.
Anders dan [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] aanvoert kan uit rov 4.24 van het tussenvonnis niet worden afgeleid dat de gehele post ten aanzien van het dakwerk moet worden afgewezen. Daarin staat immers niet dat [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] heeft erkend dat het oorspronkelijk begrote bedrag van € 500,00 niet zou worden gefactureerd. In rov 4.25 van het tussenvonnis heeft de rechtbank bovendien overwogen dat [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] de omvang van de meerwerkpost niet heeft betwist en dat het verweer van [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] dat [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] niet tijdig heeft gewaarschuwd voor dit meerwerk wordt gepasseerd. De rechtbank ziet geen reden daarop terug te komen. Dat betekent dat [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] de kosten met betrekking tot het dakwerk moet betalen aan [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet], behoudens de kosten die gemoeid waren met het aanleggen van de drie hemelwaterafvoeren, waarvan niet is komen vast te staan dat [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] hiervoor opdracht heeft gegeven aan [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet].
2.6.
De rechtbank constateert dat [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] zijn specificatie niet nader heeft onderbouwd. Dat betekent echter niet dat daarom zonder meer moet worden uitgegaan van het oorspronkelijk begrote bedrag voor het dakwerk van € 500,00, zoals [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] aanvoert. [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] betwist de door [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] gespecificeerde posten omdat deze niet zijn onderbouwd en voert aan dat [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] de posten voor het dakwerk heeft “opgepompt”, enkel omdat hij weet dat de post met betrekking tot de hemelwaterafvoeren wordt afgewezen. [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] heeft niet aangevoerd welk aantal uren voor het dakwerk wel redelijk zou zijn en in zoverre is haar verweer ook in het licht van de summiere specificatie van [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] onvoldoende gemotiveerd. Het ligt voor de hand dat het dakwerk meer arbeidsuren in beslag heeft genomen dan de aanleg van de drie hemelwaterafvoeren. Voorts komen de kosten met betrekking tot het materiaal en het transport de rechtbank niet onredelijk hoog voor. Om proceseconomische redenen zal de rechtbank [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] niet meer in staat stellen de hoogte van de door hem opgevoerde kosten te bewijzen. De rechtbank zal de kosten voor het dakwerk in redelijkheid vaststellen op afgerond € 1.000,00.
Herstel fouten in tussenvonnis van 2 november 2022
2.7.
In het rolbericht van 17 november 2022 heeft [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] verzocht om twee fouten in het tussenvonnis te herstellen. [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] heeft hiertegen in zijn akte van
23 november 2022 geen bezwaren naar voren gebracht.
2.8.
[gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] heeft in haar verzetdagvaarding in punt 28 verweer gevoerd tegen de voorwaardelijke incidentele vordering van [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet]. De rechtbank heeft in het tussenvonnis in rov 5.4. overwogen dat nu [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] geen afzonderlijke conclusie van antwoord in het incident heeft genomen, de proceskosten worden begroot op nihil. Dit betreft geen kennelijk fout die zich voor eenvoudig herstel leent, zoals bedoeld in artikel 31 Rv Pro. De rechtbank ziet evenmin een andere reden om op dit oordeel terug te komen.
2.9.
Het is juist dat [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] ten aanzien van het project in Heemstede betaling vordert van € 7.241,00 (zie punt 22 van de inleidende dagvaarding) in plaats van € 7.421,00 zoals de rechtbank in het tussenvonnis in rov 4.30 heeft opgenomen. Er is sprake van een kennelijke verschrijving, die zich leent voor herstel. Dat betekent dat ook de rekensom in rov 4.41 van het tussenvonnis niet juist is en moet zijn: € 7.241,00 - € 427,00 - € 1.400,00 = € 5.414,00. [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] dient dan ook ten aanzien van het project Heemstede € 5.414,00 in plaats van € 5.594,00 aan [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] te betalen.
Resumerend
2.10.
In het tussenvonnis is reeds overwogen dat [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] ten aanzien van het project te Amsterdam in totaal € 9.264,80 aan [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] dient te voldoen (zie rov 4.28 van het tussenvonnis). Daar komt bij een bedrag van € 1.000,00 voor het dakwerk (zie rov 2.6). Ten aanzien van het project te Heemstede dient [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] nog € 5.414,00 aan [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] te voldoen (zie 2.9). Dat betekent dat in totaal een bedrag van € 15.678,80 zal worden toegewezen.
2.11.
[eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] maakt aanspraak op de wettelijke handelsrente vanaf veertien dagen na factuurdatum. De werkzaamheden met betrekking tot de projecten Amsterdam en Heemstede zijn bij facturen van 12 april 2021 bij [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] in rekening gebracht. De wettelijke handelsrente over de toegewezen bedragen zal dan ook met inachtneming van een betalingstermijn van veertien dagen met ingang van 26 april 2021 worden toegewezen.
2.12.
Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van 27 maart 2012 (Stb. 2012, 141) is van toepassing op de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Conform de toepasselijke tarieven zullen de buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 931,79 worden toegewezen.
2.13.
Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd.
2.14.
[gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verstek- en verzetprocedure worden veroordeeld. Daarbij wordt uitgegaan van het tarief dat betrekking heeft op het toegewezen bedrag. De proceskosten worden aan de zijde van [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] begroot op:
- explootkosten € 100,98
- griffierecht 952,00
- salaris advocaat
1.196,00(2 punten × tarief II € 598,00)
Totaal € 2.248,98.
2.15.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
vernietigt het door deze rechtbank op 19 januari 2022 onder zaaknummer / rolnummer C/05/397393 / HA ZA 21-623 gewezen verstekvonnis,
en opnieuw beslissend
in het (voorwaardelijk) incident
3.2.
wijst de vordering af,
3.3.
veroordeelt [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] in de proceskosten in het incident, aan de zijde van [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] begroot op nihil,
in de hoofdzaak
3.4.
veroordeelt [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] om aan [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] te betalen een bedrag van € 16.610,59 (€ 15.678,80 + € 931,79), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over een bedrag van € 15.678,80 met ingang van 26 april 2021 tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] in de kosten van de verstek- en verzetprocedure, aan de zijde van [eiser hoofdzaak en voorw. incident/gedaagde verzet] tot op heden begroot op € 2.248,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde hoofdzaak en voorw. incident/eiser verzet] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2023.