In deze civiele zaak tussen een aannemer en een BV over aanneming van werk en de hoogte van kosten voor meerwerk heeft de rechtbank het verstekvonnis vernietigd en opnieuw beslist. De aannemer vorderde betaling voor werkzaamheden aan het dak en meerwerk bij projecten in Amsterdam en Heemstede.
De rechtbank oordeelde dat de aannemer onvoldoende bewijs leverde voor bepaalde meerwerkopdrachten, zoals rioleringswerkzaamheden en het aanleggen van hemelwaterafvoeren, waardoor deze vorderingen werden afgewezen. Voor het dakwerk stelde de rechtbank de kosten op redelijke wijze vast op €1.000,00, ondanks dat de specificatie niet volledig was onderbouwd.
De rechtbank corrigeerde tevens een kennelijke verschrijving in het tussenvonnis en stelde het totaal toe te wijzen bedrag vast op €15.678,80, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 26 april 2021. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van €931,79 en proceskosten van €2.248,98 toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.