Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2023:6279

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
17 november 2023
Zaaknummer
C/05/426338 / HA ZA 23-453
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 721 RvArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling beslagkosten in civiele procedure tussen besloten vennootschappen

In deze civiele procedure vordert eiseres, een besloten vennootschap, betaling van beslagkosten van gedaagde, eveneens een besloten vennootschap. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank oordeelt dat het beslag nietig is omdat niet is aangetoond dat de dagvaarding binnen de wettelijke termijn van acht dagen aan ING Bank N.V. is betekend, zoals voorgeschreven in artikel 721 Rv Pro. Hierdoor wordt de vordering tot betaling van beslagkosten afgewezen.

De overige vorderingen van eiseres worden toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €56.614,69 vermeerderd met wettelijke rente, €1.321,15 aan buitengerechtelijke incassokosten met rente, en de proceskosten van €4.126,73 met rente. Tevens worden de nakosten begroot op €173,00 en onder voorwaarden verhoogd toegewezen.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter A.E.M. Overkamp op 15 november 2023.

Uitkomst: Vordering tot betaling van beslagkosten wordt afgewezen wegens nietigheid beslag; overige vorderingen worden toegewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/426338 / HA ZA 23-453
Vonnis van 15 november 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. O.R. van Hardenbroek van Ammerstol te ’s-Gravenhage,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering zal worden afgewezen. Het beslag moet nietig worden geacht, nu gesteld noch gebleken is dat de dagvaarding aan ING Bank N.V. is (over)betekend binnen de gestelde termijn van acht dagen, hetgeen ingevolge artikel 721 Rv Pro op straffe van nietigheid is voorgeschreven.
2.2.
Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 106,73
- griffierecht € 2.837,00
- salaris advocaat €
1.183,00(1,0 punt × tarief € 1.183,00)
Totaal € 4.126,73
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 56.614,69, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de factuurbedragen, telkens met ingang van de dag van het verstrijken van de betalingstermijn van desbetreffende factuur tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.321,15 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag met ingang van 6 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 4.126,73, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.M. Overkamp en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2023.