ECLI:NL:RBGEL:2023:6314
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verstrekking van informatie voor vaststelling legitieme portie afgewezen behalve bankafschriften erflaatster
De zaak betreft een geschil tussen broers over de verstrekking van informatie die nodig is voor de berekening van de legitieme portie van de eiser, die onterfd is door de erflaatster. De eiser vordert onder meer inzage in jaarstukken, bankafschriften, een belastingaanslag en een taxatierapport.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot verstrekking van alle relevante informatie onvoldoende bepaald is en wijst deze af. De vordering tot inzage in de jaarstukken van de onderneming van de gedaagde wordt afgewezen omdat deze niet in zijn hoedanigheid als erfgenaam worden gevraagd. De bankafschriften van de erflaatster over een periode van zeven jaar tot het overlijden worden toegewezen, omdat deze relevant zijn voor het vaststellen van de legitieme portie. Bankafschriften van na het overlijden en van de zus van de erflaatster worden afgewezen.
De vordering tot een dwangsom wordt afgewezen omdat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de gedaagde niet zal voldoen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot verstrekking van bankafschriften van de erflaatster, overige vorderingen worden afgewezen.