ECLI:NL:RBGEL:2023:6444

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 november 2023
Publicatiedatum
27 november 2023
Zaaknummer
84/031702-23 (oud: 05/980526-14)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens overschrijding redelijke termijn in valsheid in geschrifte zaak

De rechtbank Gelderland behandelde op 21 november 2023 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van valsheid in geschrifte en gebruik van valse documenten in de periode 2011-2013. De tenlastelegging betrof onder meer het vervalsen van gezondheidsverklaringen en onjuiste verwerking van inhoudingen in een kasboek. De officier van justitie vorderde een werkstraf of hechtenis, terwijl de verdediging primair niet-ontvankelijkheid bepleitte.

De rechtbank overwoog dat het dossier sinds 2013 bekend was, met een omvangrijke beschuldiging van arbeidsuitbuiting die in 2018 werd geseponeerd. De uiteindelijke dagvaarding uit 2022 betrof slechts een relatief klein onderdeel van valsheid in geschrifte. Gezien het grote tijdsverloop tussen het sluiten van het dossier en de dagvaarding, het geringe belang van de beschuldiging en het feit dat de ernstige beschuldiging van uitbuiting lange tijd boven verdachte bleef hangen, was het voor geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie nog verantwoord om in 2022 te dagvaarden.

Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld en dat de vervolging niet kan worden voortgezet.

Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn en gering belang van de tenlastegelegde feiten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 84/031702-23 (oud: 05/980526-14)
Datum uitspraak : 21 november 2023
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende aan de [adres] .
Raadslieden:
mr. H.J.D. ter Waarbeek, advocaat in Zevenaar,
mr. A.H.T. de Haas, advocaat in Maastricht en
mr. W.J. Morra, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 november 2023.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
[medeverdachte] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 24 november 2013, in de gemeente Zevenaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk het/de navolgende geschrift(en) - (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die
bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, te weten;
-een of meer gezondheidsverklaring(en), waarop vermeld staat en/of ondertekend is/zijn door een arts, en dat die verklaring(en) is/zijn opgemaakt in het bijzijn van een arts, en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat in werkelijkheid er bij het opmaken van deze gezondheidsverklaring(en) geen arts aanwezig is geweest en/of dat de arts op de in de verklaring(en) genoemde datum niet zijn
handtekening en stempel heeft gezet op die verklaring(en),
en/of
-het kasboek van de (bedrijfs)administratie van [medeverdachte] , waarin is opgenomen een of meer inhouding(en), van (per keer) euro 15.--, althans enig geldbedrag, betrekking hebbende op kosten ten behoeve van verstrekt(e ) voorschot(ten),
en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat in werkelijkheid deze inhouding(en) ten onrechte was/waren verwerkt, althans op onjuiste wijze in de administratie('s) was/waren verwerkt,
zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);
Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 24 november 2013, in de gemeente Zevenaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk het/de navolgende geschrift(en) - (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, te weten;
-een of meer gezondheidsverklaring(en), waarop vermeld staat en/of ondertekend is/zijn door een arts, en dat die verklaring(en) is/zijn opgemaakt in het bijzijn van een arts, en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat in werkelijkheid er bij het opmaken van deze gezondheidsverklaring(en) geen arts aanwezig is geweest en/of dat de arts op de in de verklaring(en) genoemde datum niet zijn
handtekening en stempel heeft gezet op die verklaring(en),
en/of
-het kasboek van de (bedrijfs)administratie van [medeverdachte] , waarin is opgenomen een of meer inhouding(en), van (per keer) euro 15.--, althans enig geldbedrag, betrekking hebbende op kosten ten behoeve van verstrekt(e ) voorschot(ten),
en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat in werkelijkheid deze inhouding(en) ten onrechte was/waren verwerkt, althans op onjuiste wijze in de administratie('s) was/waren verwerkt;
2.
[medeverdachte] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 24 november 2013, in de gemeente(n) Zevenaar en/of Boxtel en/of Scherpenzeel, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of gebruik heeft doen maken van (de/een) (onder meer) hierna te noemen vals(e) document(en) als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - waaronder:
-een of meer gezondheidsverklaring(en) waarop vermeld staat en/of ondertekend is/zijn door een arts, en dat die verklaring(en) is/zijn opgemaakt in het bijzijn van een arts, en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat in werkelijkheid er bij het opmaken van deze gezondheidsverklaring(en) geen arts aanwezig is geweest en/of dat de arts op de in de verklaring(en) genoemde datum niet zijn handtekening en stempel heeft gezet op die verklaring(en),
en bestaande dat gebruikmaken (telkens) in het overleggen en/of ter inzage leggen en/of ter controle overhandigen/in laten zien van dat/die gezondheidsverklaring(en) aan [bedrijf] te Scherpenzeel en/of [bedrijf] te Boxtel,
zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);
Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 24 november 2013, in de gemeente(n) Zevenaar en/of Boxtel en/of Scherpenzeel, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of gebruik heeft doen maken van (de/een) (onder meer) hierna te noemen vals( e) document(en) als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig
feit te dienen - waaronder:
-een of meer gezondheidsverklaring(en) waarop vermeld staat en/of ondertekend is/zijn door een arts, en dat die verklaring(en) is/zijn opgemaakt in het bijzijn van een arts, en bestaande die valsheid of vervalsing hierin, dat in werkelijkheid er bij het opmaken van deze gezondheidsverklaring(en) geen arts aanwezig is geweest en/of dat de arts op de in de verklaring(en) genoemde datum niet zijn handtekening en stempel heeft gezet op die verklaring(en),
en bestaande dat gebruikmaken (telkens) in het overleggen en/of ter inzage leggen en/of ter controle overhandigen/in laten zien van dat/die gezondheidsverklaring(en) aan [bedrijf] te Scherpenzeel en/of [bedrijf] te Boxtel; natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen;

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot het verrichten van 100 uren werkstraf subsidiair 50 dagen hechtenis.
De verdediging heeft primair de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Subsidiair heeft de verdediging voor vrijspraak gepleit.
3. Overwegingen ten aanzien van de ontvankelijkheid van de officier van justitie
De vraag waarvoor de rechtbank zich ziet gesteld is of geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding in 2022 nog tot de beslissing had kunnen komen om verdachte te dagvaarden.
De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
In 2013 heeft een doorzoeking bij verdachte plaatsgevonden. In april 2014 is de verdachte gehoord in de strafzaak. Op 1 augustus 2014 is het einddossier gesloten en ondertekend. Op 14 maart 2016 is een concept tenlastelegging verstrekt. Het einddossier en de concept tenlastelegging zien op een omvangrijke beschuldiging van arbeidsuitbuiting (mensenhandel). De ten laste gelegde feiten conform de uiteindelijke dagvaarding zijn daar – als een relatief klein onderdeel – in meegenomen. Op 10 oktober 2018 heeft het Openbaar Ministerie per e-mail kenbaar gemaakt dat de beschuldiging van arbeidsuitbuiting in de strafzaak zou worden geseponeerd.
Op 14 oktober 2020 zijn vervolgens de mogelijkheden van een buitengerechtelijke afdoening (door middel van een transactie) van de overgebleven beschuldiging verkend door het Openbaar Ministerie en de verdediging. Bij brief van 24 november 2020 is door het Openbaar Ministerie een transactievoorstel gedaan. Onderdeel van het voorstel is de ontnemingsvordering, die qua berekening ziet op het te weinig uitbetalen van loon. Daardoor is de oorspronkelijke beschuldiging van arbeidsuitbuiting indirect boven het hoofd van verdachte blijven hangen.
In april 2022 is verdachte gedagvaard voor de zitting van 23 juni 2022. Ook de ontnemingszaak is tijdens die zitting aanhangig gemaakt. Op de dagvaarding staat de eerder genoemde relatief kleine beschuldiging. Het geschonden belang van die vermeende beschuldiging is naar het oordeel van de rechtbank gering.
De inhoudelijke behandeling van de straf- en ontnemingszaak hebben vervolgens op 7 en 9 november 2023 plaatsgevonden. De officier van justitie heeft de rechtbank en de verdediging op 6 november 2023 in de avond laten weten dat hij op de zitting afwijzing van de ontnemingsvordering zal verzoeken.
De rechtbank is van oordeel dat geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie in 2022 nog tot dagvaarden had kunnen overgaan gelet op het zeer grote tijdsverloop, het beperkte belang van waar de uiteindelijke beschuldiging op ziet en het feit dat de ernstige en grote beschuldiging van uitbuiting (die nota bene reeds in 2018 is geseponeerd) tot de avond voor de inhoudelijke behandeling indirect is blijven hangen boven het hoofd van de verdachte.
De rechtbank zal daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de strafvervolging.

4.De beslissing

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Wasmann (voorzitter), mr. M.J. Ouweneel en mr. M.G.E. ter Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 november 2023.