ECLI:NL:RBGEL:2023:6444
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens overschrijding redelijke termijn in valsheid in geschrifte zaak
De rechtbank Gelderland behandelde op 21 november 2023 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van valsheid in geschrifte en gebruik van valse documenten in de periode 2011-2013. De tenlastelegging betrof onder meer het vervalsen van gezondheidsverklaringen en onjuiste verwerking van inhoudingen in een kasboek. De officier van justitie vorderde een werkstraf of hechtenis, terwijl de verdediging primair niet-ontvankelijkheid bepleitte.
De rechtbank overwoog dat het dossier sinds 2013 bekend was, met een omvangrijke beschuldiging van arbeidsuitbuiting die in 2018 werd geseponeerd. De uiteindelijke dagvaarding uit 2022 betrof slechts een relatief klein onderdeel van valsheid in geschrifte. Gezien het grote tijdsverloop tussen het sluiten van het dossier en de dagvaarding, het geringe belang van de beschuldiging en het feit dat de ernstige beschuldiging van uitbuiting lange tijd boven verdachte bleef hangen, was het voor geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie nog verantwoord om in 2022 te dagvaarden.
Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld en dat de vervolging niet kan worden voortgezet.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn en gering belang van de tenlastegelegde feiten.