ECLI:NL:RBGEL:2023:6445
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en de veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat. Het voordeel werd ingeschat op €400.000. Kort voor de zitting op 7 november 2023 kondigde de officier van justitie aan de vordering te zullen afwijzen.
Tijdens de openbare terechtzitting verzocht de officier van justitie de vordering af te wijzen. De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de vordering tot ontneming, mede vanwege de niet-ontvankelijkheid van de officier in de strafvervolging in de hoofdzaak en subsidiair de vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vordering tot ontneming, omdat in de hoofdzaak reeds is beslist tot niet-ontvankelijkheid van de officier in de strafvervolging. Daarom werd de vordering tot ontneming afgewezen en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.