ECLI:NL:RBGEL:2023:648
Rechtbank Gelderland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing ontruiming in kort geding ondanks betwisting huurachterstand en belangenafweging
In deze zaak vordert de huurder schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis tot ontruiming van een gehuurde ruimte, althans opschorting totdat het verzet tegen het vonnis is beslist. De huurder stelt dat er sprake is van een feitelijke en juridische misslag, dat de woning goed wordt onderhouden en dat er geen overlast is. Tevens voert hij aan dat de belangenafweging in zijn voordeel uitvalt vanwege zijn langdurige huur en het ontbreken van alternatieve woonruimte.
De verhuurder betwist deze stellingen en wijst op voortdurende ernstige overlast voor medehuurders en buren, waaronder stank, geluidsoverlast en intimidatie. De kantonrechter oordeelt dat de uitvoerbaarheid bij voorraad van het verstekvonnis niet gemotiveerd is, maar dat bij de belangenafweging het belang van de verhuurder bij ontruiming zwaarder weegt dan dat van de huurder bij behoud van de bestaande toestand. Er is geen sprake van een misslag en de stellingen van de huurder zijn onvoldoende onderbouwd.
De kantonrechter wijst daarom de vordering tot schorsing van de ontruiming af en ook de subsidiaire vordering tot een termijn van zes maanden wordt afgewezen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door de kantonrechter E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2023.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de ontruiming wordt afgewezen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.