Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- het deskundigenbericht
2.De verdere beoordeling
heb ik hem gevraagd om aan te geven hoe hij ontdekt heeft dat er iets niet klopt aan de uren en dat bleek in de uren te zitten en de geleverde tekeningen in die periode. Heb hierbij de [betrokkene 3] een verwijt gemaakt dat er zo weinig is gecontroleerd van wat er en hoeveel er binnen komt,waarbij druk zijn met diverse zaken de oorzaak is.
zeker 3000 uur”. In feite baseert de deskundige deze conclusie er hoofdzakelijk op dat de door hem bekeken onderdelen, tekeningen en samenstellingen hem “
niet het gevoel [geven]” dat de gefactureerde uren gerechtvaardigd zijn. Het gevoel van de deskundige kan uiteraard niet als een afdoende onderbouwing van zijn conclusie worden aangemerkt. Mede gelet hierop kan zijn rapport dan ook niet als een adequate beantwoording van de vragen van de rechtbank worden aangemerkt. Daarnaast speelt een rol dat de deskundige kennelijk – volgens de conclusie na deskundigenbericht van [handelsnaam] – eerst bij [eiser] is langsgeweest, buiten aanwezigheid van [handelsnaam] , en dat hij bij het daarop volgende bezoek aan [handelsnaam] uitlatingen heeft gedaan met de strekking dat [handelsnaam] één grote fout heeft gemaakt, namelijk dat [handelsnaam] de gefactureerde uren niet voldoende gespecificeerd had bijgehouden en dat hij meteen al vond dat de gefactureerde uren “
er [in aantal] behoorlijk uit springen”. Gesteld dat dit daadwerkelijk is gegaan zoals [handelsnaam] aanvoert, dan heeft de deskundige met deze uitspraken op zijn minst de schijn gewekt dat hij niet volledig neutraal en/of onafhankelijk is. Daarbij komt dat de deskundige – althans volgens [handelsnaam] – ondanks verzoek daartoe van [handelsnaam] de via WhatsApp door [eiser] aan [handelsnaam] verstuurde losse opdrachten buiten beschouwing heeft gelaten, evenals de vele bijkomende werkzaamheden die volgens [handelsnaam] nodig zijn om een tekening te kunnen maken. Ook dit leidt ertoe dat op zijn minst serieuze vraagtekens moeten worden geplaatst bij de bevindingen van de deskundige. Gezien het voorgaande kan de rechtbank niet anders dan het deskundigenbericht buiten beschouwing laten.
3.De beslissing
woensdag 6 december 2023voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder 2.7,