AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek vervangende machtiging voor individuele bemetering stookkosten VvE
De procedure betreft een verzoek van een appartementseigenaar aan de kantonrechter om een vervangende machtiging te verkrijgen op grond van artikel 5:121 BWPro, zodat de Vereniging van Eigenaars (VvE) individuele bemetering van de stookkosten kan laten aanbrengen en deze kosten individueel kan afrekenen.
De VvE is opgericht in 2003 en beheert de gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaren. De splitsingsakte regelt de verdeling van kosten op basis van breukdelen gerelateerd aan het vloeroppervlak. De verzoeker stelt dat de huidige verdeling niet rechtvaardig is omdat niet iedereen hetzelfde verbruikt, en dat het systeem van individuele bemetering al jaren ter discussie staat. De VvE weigert echter medewerking vanwege de kosten en het feit dat een wijziging van de splitsingsakte vereist is, wat volgens haar niet haalbaar is.
De kantonrechter oordeelt dat de VvE het juiste orgaan is om medewerking te verlenen en dat de weigering van medewerking niet zonder redelijke grond is. De voorgestelde wijziging betreft een aanpassing van de splitsingsakte waarvoor een gekwalificeerde meerderheid van 80% vereist is, die niet haalbaar is gebleken. Diverse pogingen en werkgroepen hebben dit bevestigd. Hoewel de wens van de verzoeker begrijpelijk is, kan de kantonrechter daarom geen vervangende machtiging verlenen.
Het verzoek om een notaris de bevoegdheid te geven om de akte aan te passen wordt eveneens afgewezen. De verzoeker wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten, welke nihil worden begroot aan de zijde van de VvE.
Uitkomst: Het verzoek om vervangende machtiging voor individuele bemetering van stookkosten wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 10556289 \ AZ VERZ 23-30
Beschikking van 29 november 2023
in de zaak van
[verzoekende partij],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
procederend in persoon,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAREN [naam flatgebouw] ,
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
vertegenwoordigd door de heer D. Linnenkamp.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling.
2.De feiten
2.1.
De VvE is op 15 december 2003 opgericht om de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars van de appartementen in de [naam flatgebouw] ’ aan de [adres+plaats] te behartigen.
2.2.
In de splitsingsakte van 15 december 2003 is onder meer het volgende opgenomen:
De eigenaars van een appartementsrecht met de indices [nummer 1] tot en met [nummer 2] dienen bij te dragen in de schulden en kosten, die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn, voor de bedragen, die jaarlijks door de vergadering worden vastgesteld, met een maximum van:
- voor wat betreft de appartementsrechten met de indices [nummer 1] tot en met [nummer 3] voor het achttien/vierennegentig duizend tweehonderdste (18/94.200e) gedeelte;
- voor wat betreft de appartementsrechten met de indices [nummer 4] tot en met [nummer 5] voor het vierentwintig/vierennegentig duizend tweehonderdste (24/94.200e) gedeelte;
- voor wat betreft de appartementsrechten met de indices [nummer 6] tot en met [nummer 2] voor het negen/vierennegentig duizend tweehonderdste (9/94.200e) gedeelte,
van de totale schulden en kosten, die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn. Deze maximum-breukdelen zijn gerelateerd aan het vloeroppervlak dat de betreffende appartementsrechten bij benadering hebben.
Van het restant van de totale schulden en kosten, die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn, dient de eigenaar van een appartementsrecht met de indices [nummer 7] tot en met [nummer 8] , [nummer 9] tot en met [nummer 10] , [nummer 11] en [nummer 12] , [nummer 13] tot en met [nummer 14] , [nummer 15] en [nummer 16] , [nummer 17] tot en met [nummer 18] , [nummer 19] tot en met [nummer 20] , [nummer 21] en [nummer 22] voor het één/zesennegentigste (1/96e) gedeelte bij te dragen en
dient de eigenaar van een appartementsrecht met de indices [nummer 23] , [nummer 24] , [nummer 25] , [nummer 26] , [nummer 27] , [nummer 28] , [nummer 29] en [nummer 30] voor een/achtenveertigste (1/48e) gedeelte bij te dragen.”
3.Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter om een vervangende machtiging te verlenen/op te leggen opdat de VvE daadwerkelijk individuele bemetering gaat laten aanbrengen en de stookkosten individueel gaat afrekenen. Verder verzoekt [verzoekende partij] om veroordeling van de VvE in de kosten van [verzoekende partij] bestaande uit de kosten voor juridische bijstand en de griffierechten.
3.2.
[verzoekende partij] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat er sprake is van een gemeenschappelijke verwarmingsinstallatie waarbij de kosten volgens de breukdelen aan de appartementseigenaren worden doorbelast, terwijl niet iedereen hetzelfde verbruikt. Aldus is sprake van een toerekening die niet bij deze tijd past. Hoewel het aanbrengen van individuele bemetering al jaren aan de orde komt op de Algemene Leden Vergaderingen (hierna: ALV), wil de VvE geen wijziging aanbrengen in het systeem op grond van de stelling dat het te duur is. Dit punt is echter nooit in stemming gebracht. De VvE stelt zich ten onrechte op het standpunt dat hiervoor een wijziging van de splitsingsakte nodig is.
3.3.
De VvE voert hiertegen verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek met veroordeling van [verzoekende partij] in de proceskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, waar nodig, nader ingegaan.
4.De beoordeling
Juridisch kader
4.1.
Het verzoek is gegrond op artikel 5:121 BWPro. In dit artikel wordt, voor zover relevant, de bevoegdheid gegeven aan een individuele appartementseigenaar om van de kantonrechter een vervangende machtiging te verzoeken, die in de plaats komt van de medewerking of toestemming van een of meer andere appartementseigenaars, van de vereniging van eigenaars of een van haar organen (zoals de vergadering van eigenaars). Het gaat dan om medewerking of toestemming die nodig is voor het verrichten van een bepaalde handeling (rechtshandeling of feitelijke handeling) met betrekking tot gemeenschappelijke gedeelten. De bevoegdheid om een vervangende machtiging te verzoeken komt op gelijke wijze toe aan de vereniging van eigenaars of aan de vergadering van eigenaars (als orgaan van de vereniging) met betrekking tot de medewerking of toestemming van een of meer appartementseigenaars. De machtiging kan worden verleend indien de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd of degene die medewerking of toestemming moet geven, zich niet verklaart. In art. 5:121 lid 3 BWPro wordt bepaald dat indien het verzoek het aanbrengen van een nieuw werk of installatie betreft, de kantonrechter desverzocht een regeling kan vaststellen met betrekking tot de verhouding waarin appartementseigenaars in de kosten moeten bijdragen. Voor toepassing van art 5:121 BWPro moet worden vastgesteld van welk(e) (rechts)persoon of orgaan van de vereniging medewerking of toestemming is vereist voor het verrichten van een bepaalde handeling met betrekking tot gemeenschappelijke gedeelten en door wie in dat geval vervangende machtiging kan worden verzocht. Als een vervangende machtiging wordt verzocht door of jegens een (rechts)persoon of orgaan van de vereniging op wie niet de bevoegdheid rust om toestemming of medewerking te verlenen of te verzoeken met betrekking tot de te verrichten handeling, zal het verzoek worden afgewezen.
Juiste orgaan?
4.2.
De uitvoering van de verzochte werkzaamheden valt op grond van artikel 5:126 BWPro onder het beheer van het bestuur van de VvE en de VvE zou die werkzaamheden ter hand kunnen nemen, zodat het juiste orgaan is betrokken.
Zonder redelijke grond geweigerd?
4.3.
Vervolgens ligt de vraag voor of de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is.
Tussen partijen staat vast dat de verwarming gemeenschappelijk is. De vraag is of het aanleggen van individuele bemetering een wijziging is waarvoor de splitsingsakte moet worden aangepast. Nu de kosten van de verwarming vallen onder ‘de totale schulden en kosten, die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn’ zoals vermeld in de splitsingsakte, is dat het geval. Artikel 10 vanPro het geldende modelreglement geeft de mogelijkheid om de stookkosten individueel te verdelen als er twijfel bestaat. Daarvan is echter geen sprake.
De voorgestelde wijziging is niet aan de ALV ter stemming voorgelegd en er is dus ook geen besluit over is genomen. Daar komt bij dat partijen het erover eens zijn dat de vereiste gekwalificeerde meerderheid van stemmen van 80% voor een wijziging van de statuten niet gehaald zal worden. De VvE heeft daarover toegelicht dat zich in 2010 en 2011 werkgroepen over dit onderwerp hebben gebogen. Zij kwamen tot de conclusie dat wijziging van de splitsingsakte een onhaalbare zaak is. Wel is enkele jaren geleden door de ALV besloten enige differentiatie aan te brengen in de bijdrage van de kosten, afhankelijk van de grootte van het appartement. Deze differentiatie is echter minimaal. Eind 2021 is de verdeling van de stookkosten opnieuw aan de orde geweest, waarbij wederom werd geconcludeerd dat er onvoldoende steun was voor het wijzigen van de splitsingsakte. In de nieuwsbrief van 10 november 2021 heeft de VvE daarom voorgesteld dat degenen die de splitsingsakte op dit punt willen wijzigen daartoe het initiatief nemen. Daarvan is geen gebruik gemaakt. Aangezien er onvoldoende steun is voor de vereiste wijziging in de splitsingsakte, heeft de VvE niet zonder redelijke grond de medewerking of toestemming geweigerd.
Hoewel tussen partijen wel vast staat dat thans sprake is van een oneerlijke verdeling van de verwarmingskosten en hoe begrijpelijk de wens van [verzoekende partij] (en zijn medestanders) om individuele meters te laten plaatsen en daarmee een eerlijker verdeling van de verwarmingskosten tot stand te brengen ook is, kan de kantonrechter het verzoek daarom niet toewijzen.
4.4.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekende partij] nog verzocht om een vervangende machtiging te verstrekken en zo een notaris de bevoegdheid te geven om de akte aan te passen en de stookkosten voortaan individueel te verrekenen. Dit verzoek wordt om dezelfde reden afgewezen.
4.5.
[verzoekende partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Aangezien de VvE in persoon procedeert, worden de proceskosten aan haar kant begroot op nihil.
5.De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af,
5.2.
veroordeelt [verzoekende partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van de VvE vastgesteld op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Weerkamp - Beens en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2023.