RadboudUMC wilde drie van haar vijf oudste bestralingsapparaten vervangen en koos voor een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging op grond van artikel 2.32 Aw, omdat slechts één leverancier, Varian, aan haar technische eisen voldeed. Elekta betwistte dit en vorderde dat RadboudUMC de opdracht alsnog Europees zou aanbesteden.
De rechtbank oordeelde dat RadboudUMC een zorgvuldige marktverkenning had gedaan, waarbij zowel Elekta als Varian waren betrokken. RadboudUMC stelde drie objectieve eisen, waaronder een geïntegreerde CE-gemarkeerde oplossing van één leverancier, snelle CBCT-beeldvorming en een tijdslijn voor levering in het eerste kwartaal van 2024.
Elekta kon niet binnen deze tijdslijn leveren en haar apparatuur was nog niet CE-gemarkeerd. De rechtbank vond dat RadboudUMC terecht had geoordeeld dat mededinging ontbrak om technische redenen en dat de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging daarom was toegestaan. De vorderingen van Elekta werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.