De zaak betreft schade aan planten op het terrein van eiseres veroorzaakt tijdens een feest bij de buren, waarbij groepen jongeren het terrein betraden en planten beschadigden. Eiseres stelt dat de minderjarige zoon van gedaagde betrokken was en vordert vergoeding van de herstelkosten.
Gedaagde betwist de betrokkenheid van zijn zoon en de omvang van de schade. De kantonrechter stelt vast dat er sprake was van twee incidenten met groepen jongeren en dat het onduidelijk is welke schade door welk incident is veroorzaakt.
Gezien de onzekerheid en het feit dat eiseres niet aanwezig was bij het incident, wordt de bewijslast om aan te tonen dat de schade niet door de minderjarige is veroorzaakt, omgekeerd naar gedaagde. Gedaagde krijgt de mogelijkheid bewijs te leveren.
De kantonrechter merkt op dat de schade mogelijk lager is dan gevorderd en moedigt partijen aan tot een minnelijke schikking. De verdere beslissing wordt aangehouden voor nader bewijs en mogelijke getuigenverhoren.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter R.J.J. van Acht en op 17 november 2023 in het openbaar uitgesproken.