Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 februari 2023
[Eiser A] , te [plaats B] , eiser
[Bedrijf D] B.V., te [plaats B]
Rechtbank Gelderland
Eiser exploiteert een pluimveehouderij en ervaart geluidsoverlast van transportactiviteiten en installaties van een nabijgelegen internationale fruithandel. Hij verzocht het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe om handhavend op te treden, maar dit verzoek werd in 2018 afgewezen en in 2019 bevestigd.
Eiser stelde dat het college ten onrechte van handhaving afzag, onderbouwd met geluidmetingen van Tecmap uit 2019 die hogere geluidsniveaus aantoonden dan het Activiteitenbesluit milieubeheer toestaat. De rechtbank beoordeelde echter alleen het bestreden besluit van mei 2019 en oordeelde dat de eerdere metingen van de Omgevingsdienst Rivierenland waarop het college zich baseerde niet onjuist waren.
Daarnaast voerde eiser aan dat maatwerkvoorschriften niet wenselijk zijn vanwege alternatieve technische maatregelen, maar dit betrof een andere procedure die gelijktijdig werd behandeld en werd door de rechtbank buiten beschouwing gelaten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de afwijzing van het handhavingsverzoek en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.