ECLI:NL:RBGEL:2023:6752
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing zorgovereenkomst wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser, vertegenwoordigd door zijn curator, voerde beroep aan tegen het besluit van het zorgkantoor VGZ Zorgkantoor B.V. om de zorgovereenkomst met zorgverlener af te wijzen. Het zorgkantoor baseerde dit besluit op een onderzoek waaruit bleek dat de geleverde zorg niet overeenkwam met de gedeclareerde uren en dat de zorg niet kwalitatief verantwoord en doelmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het zorgkantoor bevoegd was de zorgovereenkomst af te wijzen op grond van artikel 5.16 van de Regeling langdurige zorg en de systematiek van de Wet langdurige zorg. Het onderzoeksrapport toonde aan dat er grote discrepanties waren tussen gedeclareerde en daadwerkelijk geleverde zorguren, onvolledige administratie en onduidelijkheden over de groepsbegeleiding.
Eiser stelde dat de zorgverlener wel degelijk adequate zorg leverde en dat het zorgkantoor onvoldoende had gemotiveerd waarom de zorgovereenkomst werd afgewezen. Ook stelde hij dat het zorgkantoor onvoldoende rekening had gehouden met zijn belang bij continuering van de zorg.
De rechtbank stelde vast dat het zorgkantoor het zwaarwegende belang van eiser om de zorg te behouden onvoldoende had meegewogen in de belangenafweging. Het zorgkantoor had moeten onderzoeken of een minder ingrijpend middel mogelijk was, zoals een zorgovereenkomst met vergoeding op basis van daadwerkelijk gewerkte uren. Daarom werd het besluit vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van de afwijzing in stand werden gelaten en werd het zorgkantoor opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde het zorgkantoor tevens tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de zorgovereenkomst wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige belangenafweging en het zorgkantoor moet een nieuw besluit nemen.