ECLI:NL:RBGEL:2023:6776
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag wegens geen afkoop of prijsgeven pensioen in faillissement
Belanghebbende was zelfstandig bevoegd bestuurder van [B.V. 1], die een pensioen in eigen beheer had opgebouwd. In 2009 werd [B.V. 2], een werkmaatschappij waarvan [B.V. 1] aandelen hield, failliet verklaard. De curator stelde belanghebbende en [B.V. 1] aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. De inspecteur legde een navorderingsaanslag IB/PVV 2009 op, stellende dat sprake was van afkoop of prijsgeven van pensioen door het leeghalen en verkopen van [B.V. 2].
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat [B.V. 1] in 2009 niet langer aan haar pensioenverplichting kon voldoen. Pensioenuitkeringen werden ook in de jaren na 2009 gedaan. Het faillissement en aansprakelijkstelling waren toen nog onzeker en de kans op civielrechtelijke gevolgen was niet concreet genoeg om een voorziening te vormen. Ook is geen sprake van formele afstand van pensioenaanspraken door belanghebbende.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig, en vernietigt de revisierentebeschikking. Verzoek tot integrale proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar een forfaitaire vergoeding van €1.133 wordt toegekend. Het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De navorderingsaanslag IB/PVV 2009 wordt verminderd omdat geen sprake is van afkoop of prijsgeven van pensioen; proceskostenvergoeding wordt deels toegekend.