De rechtbank Gelderland behandelde een civiele zaak waarin TtH B.V. betaling vorderde van een bedrag van €20.855, vermeerderd met wettelijke rente, van de gedaagde partij. Tijdens de mondelinge behandeling op 30 november 2023 is besloten de zaak te verwijzen naar de kantonrechter, omdat het vorderingsbedrag binnen diens bevoegdheid valt. Partijen stemden in met deze verwijzing en de kantonrechter zal de zaak voortzetten zonder dat partijen verplicht zijn een advocaat te hebben.
Na verwijzing heeft de kantonrechter de procedure voortgezet en is tijdens de zitting een minnelijke regeling getroffen. De gedaagde partij zal €10.000 betalen in termijnen, te beginnen met €5.000 uiterlijk 15 januari 2024, gevolgd door vijf maandelijkse termijnen van €1.000. Bij niet-tijdige betaling wordt het resterende bedrag direct opeisbaar. Na volledige betaling verlenen partijen elkaar finale kwijting.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak door, waarna de kantonrechter partijen veroordeelde tot nakoming van de regeling. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde is afgewezen.