ECLI:NL:RBGEL:2023:7074
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat, geschat op €321.460,-. Tijdens de terechtzitting op 24 november 2023 heeft de verdediging aangevoerd dat de berekening van het voordeel voornamelijk gebaseerd is op onbetrouwbare verklaringen en dat de geldstromen naar een buitenlandse bankrekening van een medeverdachte gingen, buiten de invloedssfeer van veroordeelde.
De rechtbank stelde vast dat veroordeelde zich schuldig heeft gemaakt aan behulpzaamheid bij het wederrechtelijk verblijf van twee vrouwen in Nederland en een substantiële rol had binnen het prostitutiebedrijf van medeveroordeelde. Hoewel veroordeelde meeprofiteerde van de inkomsten, was onduidelijk welke bedragen hij daadwerkelijk ontving en beschikte hij niet over de bankrekening waar de meeste inkomsten naartoe gingen.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs dat veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft genoten, wees de rechtbank de vordering tot ontneming af. De rechtbank concludeerde dat het niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat en hoeveel voordeel veroordeelde genoot uit de gepleegde feiten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.