ECLI:NL:RBGEL:2023:7123

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 december 2023
Publicatiedatum
2 januari 2024
Zaaknummer
C/05/428379 KG RK 23-907
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.14 lid 2 Procesreglement bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens ontbreken concrete aanwijzingen vooringenomenheid

Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. M.J.M. Verhoeven, rechter bij de Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, in een bestuursrechtelijke procedure tegen het College van B&W Elburg. Zij stelden dat de rechter onpartijdigheid zou missen vanwege vermeende onrechtmatige procedurele handelingen, het niet aannemen van bewijsstukken en valse verklaringen van de tegenpartij.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en stelde vast dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij concrete feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De door verzoekers aangedragen gronden bestonden uit veronderstellingen en suggesties zonder specifieke feiten gericht op de rechter.

De kamer oordeelde dat er geen sprake was van geweigerde stukken, aangezien communicatie met de griffie over de juiste wijze van aanlevering van digitale bestanden had plaatsgevonden. Zonder concrete aanwijzingen voor partijdigheid werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/428379 KG RK 23-907
Beslissing van 27 december 2023
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

1.[verzoekers]

,
allen wonende te Elburg,
hierna te noemen: verzoekers,
strekkende tot de wraking van
mr. M.J.M. Verhoeven,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het schriftelijke wrakingsverzoek van 24 november 2023
  • de schriftelijke reactie van de rechter van 6 december 2023
1.2.
Beide partijen hebben voorafgaand aan de zitting laten weten niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zullen zijn.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer ARN 22-5765 GEMWT tussen verzoekers en het Collega van B&W Elburg.
2.2
Verzoekers hebben blijkens het schriftelijke verzoek - zakelijk weergegeven - het volgende aan hun verzoek ten grondslag gelegd. Wanneer verzoekers geen aansprakelijkheidsstelling en geen wrakingsverzoek doen, dan is de kans groot dat er een onjuist besluit wordt genomen door de rechters op basis van onrechtmatige procedurele handelingen van de advocaten (mr. J.J. Paalman, mr. J.W. Both en mr. G. Hendriks), de rechtbank, de feitelijke onjuistheden en de valse verklaringen van de tegenpartij(en) (gemeente Elburg en […]). De bewijslasten, verweren en stukken van [verzoekers] meermaals ingediend bij de advocaten en de rechtbank en worden ten onrechte niet aangenomen en de [verzoekers] wordt stelselmatig ten onrechte afgescheept door advocaten en rechtbank en wordt ten onrechte van het kastje naar de muur gestuurd, evenals bij de gemeente Elburg. De bezwaarschriftprocedures bij gemeente Elburg verliepen ook niet onafhankelijk, aldus de verzoekers.
2.3
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna, voor zover nodig, besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2
In het wrakingsverzoek wordt gerefereerd aan het niet aannemen van stukken door de rechtbank. Voor zover het weigeren van de stukken is bedoeld te stellen als wrakingsgrond, merkt de wrakingskamer het volgende op. Uit het verweer van de rechter blijkt dat communicatie heeft plaatsgevonden tussen de griffie en verzoekers over een aantal digitale (audio)bestanden die verzoekers via Veilig Mailen hebben aangeleverd. De griffie heeft aangegeven dat deze bestanden alleen aan het dossier kunnen worden toegevoegd als ze op USB-stick worden aangeleverd, onder verwijzing naar artikel 1.14 lid 2 van het Procesreglement bestuursrecht. Op basis hiervan stelt de wrakingskamer vast dat er geen stukken zijn geweigerd. Deze grond slaagt daarom niet.
Verzoekers hebben verder slechts veronderstellingen en suggesties aan hun wrakingsverzoek ten grondslag gelegd, zoals hiervoor – kort samengevat - weergegeven onder 2.2. Concrete op de behandelend rechter toegespitste feiten of omstandigheden waaruit de rechtbank de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, ontbreken. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. D.S.M. Bak, voorzitter, mr. T.C. Henniphof en
mr. R.M.H. Pennings, leden in tegenwoordigheid van de griffier [naam] en in openbaar uitgesproken op 27 december 2023.
de griffier de voorzitter
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.