De zaak betreft de opzegging van huurovereenkomsten voor ligplaatsen van woonboten aan een adres in de gemeente Maasdriel. De verhuurders, eigenaren van de ligplaatsen, hebben de mondeling aangegane huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd opgezegd tegen 1 januari 2023. De huurders, die geen huurbescherming genieten, hebben de ligplaatsen niet ontruimd en verzetten zich tegen de vordering tot ontruiming.
De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomsten zonder opgaaf van redenen kunnen worden opgezegd, omdat geen specifieke opzeggingsbepalingen gelden en de huurders geen wettelijke huurbescherming hebben. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het eigendomsrecht van verhuurders prevaleert boven het woonbelang van huurders, ondanks het feit dat alternatieve ligplaatsen ontbreken.
De rechtbank acht de opzegtermijn van één jaar redelijk en concludeert dat de huurovereenkomsten per 1 januari 2023 zijn geëindigd. De huurders moeten de ligplaatsen binnen 30 dagen na betekening van het vonnis ontruimen. De vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad wordt afgewezen vanwege het belang van huurders bij behoud van de bestaande situatie tot het rechtsmiddel is beslist. Huurders worden veroordeeld in de proceskosten.