ECLI:NL:RBGEL:2023:7220
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering COA tot ontruiming AZC na weigering passende woonruimte
De zaak betreft een kort geding tussen het COA en een verblijfsvergunninghouder die woonruimte aangeboden kreeg na het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Het COA stelde dat de gedaagde passende woonruimte van de gemeente had geweigerd, waardoor het recht op opvang in het AZC was komen te vervallen. De gedaagde voerde verweer met onder meer psychische klachten en persoonlijke woonwensen.
De rechtbank oordeelde dat het COA zorgvuldig had gehandeld, met meerdere gesprekken en het aanbieden van passende woonruimte binnen objectieve criteria. De gedaagde had geen onderbouwing geleverd voor zijn bezwaren, zoals een doktersverklaring voor psychische klachten, en subjectieve woonwensen spelen geen rol bij de beoordeling van passendheid. De aangeboden woning voldeed aan de criteria, ook gezien de afstand tot werk en de krappe woningmarkt.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van de woning door de gedaagde onterecht was en dat het recht op opvang daardoor was geëindigd. De vordering tot ontruiming werd toegewezen met een termijn van twee weken na betekening. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2024.
Uitkomst: De vordering van het COA tot ontruiming van het AZC wordt toegewezen omdat de gedaagde passende woonruimte onterecht heeft geweigerd.