Uitspraak
1.De procedure
- de akte vermindering van eis van [eiser] .
2.De verdere beoordeling
de algemene bepalingen;”
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert de verhuurder betaling van achterstallige huurprijsindexering, incassokosten, wettelijke rente, een contractuele boete en huurpenningen over april 2023 van de huurder. De huurder betwist de verschuldigdheid van de geïndexeerde huurprijs en stelt dat de verhuurder afstand heeft gedaan van het recht hierop.
De rechtbank stelt vast dat de algemene voorwaarden, waarin automatische jaarlijkse huurprijsindexering is opgenomen, deel uitmaken van de huurovereenkomst en door de huurder zijn aanvaard. De huurder heeft de indexering niet betaald, maar kan zich niet beroepen op rechtsverwerking omdat de verhuurder meerdere keren mondeling heeft aangedrongen op betaling. De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de achterstallige huurprijsindexering toe, met een correctie op het bedrag voor de maanden januari tot en met april 2023.
Verder oordeelt de rechtbank dat de contractuele boete wegens niet-tijdige betaling van de huurprijsindexering wel verschuldigd is, maar matigt deze op grond van artikel 6:94 BW Pro van € 1.200 naar € 400 vanwege de omstandigheden. De huurder moet ook de huur over april 2023 betalen, omdat de opzegtermijn niet correct is nageleefd en er geen afwijkende afspraken zijn. De buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten worden eveneens toegewezen aan de verhuurder.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige geïndexeerde huurprijs, incassokosten, gematigde boete, huur over april 2023 en proceskosten.