ECLI:NL:RBGEL:2023:7224

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 december 2023
Publicatiedatum
7 februari 2024
Zaaknummer
C/05/429277 / ZJ RK 23-1092 en C/05/427523 / FJ RK 23-959
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging spoedmachtiging en afwijzing machtiging uithuisplaatsing minderjarige

De zaak betreft een minderjarige die onder toezicht is gesteld en waarvan de gecertificeerde instelling (GI) een machtiging tot uithuisplaatsing heeft verzocht. De minderjarige is weggelopen uit een jeugdhulpinstelling en haar verblijfplaats is onbekend. De GI verzocht een spoedmachtiging vanwege vermoedens dat de minderjarige bij een meerderjarige man verbleef, welke werd verleend tot 12 januari 2024.

Tijdens de mondelinge behandeling op 28 december 2023 heeft de kinderrechter gesproken met de minderjarige en de moeder. De minderjarige wil niet terug naar een groep en prefereert terugkeer naar haar moeder of een vertrouwenspersoon. De kinderrechter constateert dat de minderjarige zich moeilijk aan regels kan houden en veel zelfbepalend gedrag vertoont, wat deels pubergedrag is.

De kinderrechter beëindigt de spoedmachtiging en wijst de verzoeken tot machtiging uithuisplaatsing af. De terugkeer naar de moeder wordt gezien als de minst onveilige optie, ondanks zorgen over de stabiliteit. De kinderrechter verwacht dat de minderjarige meewerkt aan hulpverlening en afspraken met moeder en gezinsvoogd, en haar school weer oppakt. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.

Uitkomst: De spoedmachtiging tot uithuisplaatsing wordt beëindigd en de verzoeken tot machtiging uithuisplaatsing worden afgewezen, waarbij terugkeer naar moeder als minst onveilige optie wordt gezien.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/429277 / ZJ RK 23-1092 en C/05/427523 / FJ RK 23-959
Datum uitspraak: 28 december 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
De gecertificeerde instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Zwolle, hierna te noemen de GI,
over
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
[naam stiefvader],
hierna te noemen de stiefvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoek van de GI van 3 november 2023,
  • het verzoek van de GI van 15 december 2023,
  • de tussenbeschikking van de kinderrechter van 15 december 2023,
  • het proces-verbaal van 19 december 2023.
1.2.
Op 28 december 2023 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De stiefvader heeft ook een uitnodiging van de rechtbank gekregen, maar is niet verschenen bij de mondelinge behandeling.
Aan de heer [naam] , de partner van de moeder, is bijzondere toegang verleend. Hij heeft achterin de zaal plaatsgenomen.
1.3.
De kinderrechter heeft met [minderjarige] gebeld om over het verzoek te praten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] tijdens het telefoongesprek heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Bij beschikking van 31 maart 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is door de kinderrechter steeds verlengd, laatstelijk tot 1 oktober 2024.
2.3.
Op 3 november 2023 heeft de GI een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing ingediend om de plaatsing van [minderjarige] bij Pactum te formaliseren. [minderjarige] is bij Pactum weggelopen. Het is niet bekend waar zij nu verblijft.
2.4.
De GI heeft op 15 december 2023 een spoedmachtiging verzocht, omdat er vermoedens waren dat [minderjarige] bij een meerderjarige man verbleef. Bij beschikking van 15 december 2023 heeft de kinderrechter deze spoedmachtiging verleend tot 12 januari 2024. De beslissing op het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
[minderjarige] is vervolgens niet bij de meerderjarige man aangetroffen. Het is nog steeds onbekend waar zij nu verblijft.

3.Het verzoek

3.1.
De GI heeft de volgende twee verzoeken ingediend:
- een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een open drie milieus
instelling voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad,
- een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een
jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
[minderjarige] vertoont veel zelfbepalend gedrag en heeft moeite met regels. [minderjarige] is weggelopen. Zij komt hierdoor niet toe aan haar eigen ontwikkeling. Het is niet gelukt om de verblijfplaats van [minderjarige] te achterhalen. De GI staat open voor een thuisplaatsing bij de moeder, omdat alles beter is dan niet weten waar ze verblijft. Maar de GI maakt zich ook zorgen over de vraag hoe lang het goed zal gaan en of het [minderjarige] lukt om zich aan de afspraken te houden en weer naar school te gaan.

4.De standpunten

4.1.
De moeder maakt zich heel erg zorgen om haar dochter. Ze weet niet waar [minderjarige] verblijft en of het goed met haar gaat. [minderjarige] is op Eerste Kerstdag bij haar moeder thuis geweest, maar is midden in de nacht weer vertrokken. Volgens de moeder is [minderjarige] bang dat ze terug moet naar een groep en wil ze daarom haar verblijfplaats niet bekend maken.
4.2.
[minderjarige] heeft de kinderrechter telefonisch verteld dat zij absoluut niet terug wil naar een groep. Ze is weggelopen na een incident waarbij er tegen haar geschreeuwd is en uiteindelijk de pieper is ingedrukt. [minderjarige] vond dit heel vervelend. Ze heeft geen vertrouwen meer in een plaatsing op een groep. Het liefst wil ze naar haar moeder of naar [naam vertrouwenspersoon] , die zij haar vertrouwenspersoon noemt. [minderjarige] is onzeker over hoe haar toekomst eruit ziet en wil graag inspraak in haar toekomst.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter zal de spoedmachtiging beëindigen met ingang van vandaag en de verzoeken van de GI om [minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling uit huis te plaatsen afwijzen. De kinderrechter zal uitleggen waarom.
5.2.
De kinderrechter maakt zich grote zorgen over [minderjarige] . [minderjarige] is weggelopen en wil niet vertellen waar of bij wie zij nu verblijft. [minderjarige] staat absoluut niet open voor weer een verblijf op een groep en ook binnen het netwerk (familie of vrienden) zijn geen passende mogelijkheden. De kinderrechter heeft er grote moeite mee dat [minderjarige] door weg te lopen en weg te blijven afdwingt wat zij het liefste wil, namelijk terug naar haar moeder. [minderjarige] heeft geen vertrouwen in de volwassenen en hulpverlening en heeft een uitgesproken mening en wens over wat zij nu wil. Deels is dit normaal pubergedrag, maar [minderjarige] gaat heel ver in haar zelfbepalende gedrag en is niet in staat gebleken om zich aan te passen aan de regels van volwassenen om haar heen, zoals op school of op de groep.
5.3.
De kinderrechter vreest dat bij het verlenen van de machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige] weg blijft of opnieuw zal weglopen. De vervolgstap is dan een machtiging gesloten jeugdhulp om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan hulp blijft onttrekken. De kinderrechter wil [minderjarige] een kans geven om dit scenario te voorkomen en te laten zien dat zij bereid is om naar haar moeder en haar gezinsvoogd te luisteren en hulp te accepteren. [minderjarige] heeft gezegd in ieder geval open te staan voor hulp van Tien voor Toekomst. De kinderrechter verwacht van [minderjarige] dat ze de kans om terug te keren naar haar moeder volledig aangrijpt en ook meewerkt aan hulpverlening die haar moeder en gezinsvoogd nodig vinden, ook als [minderjarige] die noodzaak zelf niet ziet. De kinderrechter verwacht van [minderjarige] dat ze in gesprek gaat met haar moeder en gezinsvoogd om goede afspraken te maken, hulp te aanvaarden en in ieder geval haar school weer op te pakken.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
beëindigt de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing met ingang van 28 december 2023;
6.2.
wijst beide verzoeken van de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2023 door mr. E. van Dusschoten, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier, en op schrift gesteld op 10 januari 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.