ECLI:NL:RBGEL:2023:7323

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 augustus 2023
Publicatiedatum
24 april 2024
Zaaknummer
10605481
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toegang tot gehuurde voor verzekeringsexpert en noodzakelijke werkzaamheden geweigerd

In deze zaak tussen huurder en verhuurder staat de toegang tot het gehuurde centraal. Huurder vordert dat verhuurder binnen drie dagen toegang verschaft tot het pand voor inspectie door een verzekeringsexpert en het uitvoeren van noodzakelijke werkzaamheden. Verhuurder betwist het spoedeisend belang en de bevoegdheid van huurder om tussentijds inspecties en werkzaamheden te verrichten.

De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang bestaat omdat de verzekering mogelijk geen dekking biedt zonder inspectie. Verhuurder moet daarom medewerking verlenen aan de toegang voor de verzekeringsexpert. Echter, de vordering tot algemene toestemming voor werkzaamheden wordt afgewezen omdat huurder niet concreet heeft onderbouwd welke werkzaamheden direct noodzakelijk zijn en waarom uitstel schade zou veroorzaken.

De rechter legt een dwangsom op voor het niet naleven van de toegang tot inspectie en compenseert de proceskosten tussen partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Verhuurder moet binnen drie dagen toegang verlenen voor inspectie en noodzakelijke werkzaamheden, overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 10605481 \ VV EXPL 23-97
Vonnis in kort geding van 28 augustus 2023
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. T.P. Boer,
tegen

1.STICHTING 'T HERENHUIS TIEL,

te [plaats 2] ,
2.
STICHTING MESA ZORG,
te [plaats 3] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: ’t Herenhuis c.s.
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V..

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling van 17 augustus 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van 't Herenhuis c.s..
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2.Het geschil

2.1.
[eiser] vordert dat ’t Herenhuis c.s. wordt veroordeeld om binnen 3 dagen na betekening van het vonnis aan [eiser] toegang te verschaffen tot de [adres] te [plaats 2] en [eiser] toe te staan daar werkzaamheden te verrichten, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat de toegang of het verrichten van werkzaamheden wordt geweigerd, met een maximum van € 50.000,00, met veroordeling van ’t Herenhuis c.s. in de proceskosten.
2.2.
[eiser] legt – kort samengevat – aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen (de rechtsvoorganger van) [eiser] en ’t Herenhuis c.s. is een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot het pand aan de [adres] te [plaats 2] (hierna: het gehuurde). ’t Herenhuis is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst omdat zij [eiser] de toegang tot het gehuurde heeft geweigerd en zij [eiser] niet in staat stelt de benodigde werkzaamheden aan het gehuurde te verrichten. Voor [eiser] is het noodzakelijk om het gehuurde te betreden omdat er schade is toegebracht aan het gehuurde die in kaart moet worden gebracht, omdat de verzekeringsexpert van [eiser] het gehuurde vanuit verzekeringstechnisch oogpunt moet inspecteren en om (de daarmee gepaard gaande herstel-)werkzaamheden te kunnen verrichten. Daarom is [eiser] genoodzaakt in deze procedure de toegang tot het gehuurde te vorderen.
2.3. ’
t Herenhuis c.s. voert verweer. Zij betwist dat sprake is van een spoedeisend belang. Verder voert zij aan dat er geen wettelijke grondslag is op basis waarvan [eiser] bevoegd of verplicht is om een tussentijdse inspectie aan het gehuurde uit te voeren. Ook is geen sprake van herstelwerkzaamheden, preventief onderhoud of bezichtigingen in het kader van verkoop of nieuwe verhuur waaraan ’t Herenhuis c.s. haar medewerking moet verlenen.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
3.2.
[eiser] heeft gesteld dat hij (mede) vanuit verzekeringstechnisch oogpunt toegang dient te verkrijgen tot het gehuurde, omdat de verzekering mogelijk anders geen dekking biedt. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.
3.3.
De volgende vraag die beantwoord moet worden is of er voldoende noodzaak en grond is om de medewerking van ’t Herenhuis c.s. aan de gevorderde toegang aan het gehuurde en de gevorderde medewerking aan werkzaamheden aan het gehuurde door middel van een voorlopige voorziening in kort geding af te dwingen. De kantonrechter is van oordeel dat die vraag deels bevestigend beantwoord moet worden. Daartoe wordt als volgt overwogen.
3.4.
Voorshands is aannemelijk dat [eiser] er belang bij heeft dat zijn verzekeringsexpert toegang krijgt tot het gehuurde om ten behoeve van de verzekering van het gehuurde de benodigde controles te verrichten, omdat de verzekering mogelijk anders geen dekking verleent. De medewerking van ’t Herenhuis c.s. is daarbij onontbeerlijk. Het verzoek van [eiser] tot medewerking daaraan is dan ook redelijk. De huurder is op grond van artikel 7:213 BW Pro verplicht zich als goed huurder te gedragen en aan een dergelijk redelijk verzoek mee te werken. Hoewel ’t Herenhuis c.s. op de mondelinge behandeling heeft toegelicht dat zij in beginsel wel medewerking wenst te verlenen aan een inspectie door de verzekeringsexpert van [eiser] , zijn partijen er niet in geslaagd om daarvoor een afspraak te maken, laat staan dat de inspectie heeft plaatsgevonden. Gezien haar bedrijfsvoering is het voorstelbaar dat ’t Herenhuis c.s. terughoudend is met het verlenen van toegang aan het gehuurde aan derden maar niet valt in te zien waarom het maken van een afspraak voor de inspectie op korte termijn niet kan worden gerealiseerd. De vordering van [eiser] om ’t Herenhuis c.s. te veroordelen toegang te verschaffen aan [eiser] om het gehuurde te betreden wordt daarom toegewezen, met dien verstande dat ’t Herenhuis c.s. aan [eiser] en zijn verzekeringsexpert de toegang moet verschaffen tot het gehuurde ten behoeve van een inspectie. Alleen als de inspectie door de verzekeringsexpert van [eiser] ertoe leidt dat er, ten behoeve van de dekking van de verzekering, noodzakelijke werkzaamheden aan het gehuurde moeten worden verricht, dient ’t Herenhuis c.s. daaraan haar medewerking te verlenen. De vordering wordt dienovereenkomstig toegewezen.
3.5.
De vordering van [eiser] wordt voor het overige afgewezen omdat deze te algemeen is geformuleerd en [eiser] niet heeft onderbouwd welke specifieke werkzaamheden onmiddellijk verricht moeten worden, omdat verder uitstel daarvan nadelig zou zijn voor [eiser] in die zin dat hij daardoor schade lijdt. De enkele stelling dat hij mogelijk financieel nadeel lijdt als hij nu niet de gelegenheid krijgt om mogelijk noodzakelijke werkzaamheden aan het gehuurde te verrichten, omdat eventuele schades aan het gehuurde dan kunnen verergeren, is zonder specifiek te benoemen om welke schades het gaat, geen belang dat gediend moet worden door middel van een voorziening in kort geding. ’t Herenhuis c.s. heeft terecht aangevoerd dat eventuele schades aan het gehuurde bij de oplevering aan het einde van de huurperiode kunnen worden opgenomen en hersteld.
3.6.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt zoals hierna vermeld in de beslissing.
3.7.
In de uitkomst van de procedure ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt ’t Herenhuis c.s. om binnen drie dagen na betekening van het vonnis aan [eiser] toegang te verschaffen tot het gehuurde in verband met een inspectie door de verzekeringsexpert van [eiser] en [eiser] toe te staan de werkzaamheden te verrichten die, in verband met de dekking van de verzekeringspolis, door de verzekeringsexpert noodzakelijk worden geacht,
4.2.
veroordeelt ’t Herenhuis c.s. om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
4.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Schoo en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2023.