ECLI:NL:RBGEL:2023:7376
Rechtbank Gelderland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve toetsing kredietovereenkomst creditcard en vordering ING Bank
De zaak betreft een vordering van ING Bank tegen een consument die een betaalrekening en een Studenten Creditcard bij de bank heeft. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelt of de vordering onrechtmatig of ongegrond is en of het Europees consumentenrecht ambtshalve moet worden toegepast.
De rechter oordeelt dat de creditcardovereenkomst kwalificeert als een kredietovereenkomst onder artikel 7:57 BW Pro, omdat de consument krediet kreeg in de vorm van uitstel van betaling. De uitzondering in artikel 7:58 lid 2 BW Pro is niet van toepassing op de creditcard. De bank kan de ambtshalve toetsing niet omzeilen door het openstaande saldo administratief over te hevelen naar de betaalrekening.
De kantonrechter wijst erop dat bij vernietiging van de kredietovereenkomst de consument de bestedingen moet terugbetalen, maar geen rente of kosten verschuldigd is. ING Bank wordt in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verstrekken over de informatieverplichtingen en kredietwaardigheidstoets, alsmede een berekening van de vordering bij vernietiging van de kredietovereenkomst. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting over acht weken.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en ING Bank krijgt de gelegenheid nadere informatie te verstrekken over de kredietovereenkomst en vordering.