ECLI:NL:RBGEL:2023:7478
Rechtbank Gelderland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing schorsing voorlopige hechtenis wegens termijnoverschrijding
De verdachte was geschorst van voorlopige hechtenis onder strikte voorwaarden, waaronder locatiegebod, gedragsinterventies en contactverboden. Op 25 augustus 2023 werd de verdachte aangehouden en verzocht het Openbaar Ministerie om opheffing van de schorsing wegens meerdere schendingen van de voorwaarden.
De rechtbank nam kennis van het dossier en hoorde partijen. De raadsvrouw stelde primair dat de vordering niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke beslistermijn van twee maal 24 uur, zoals voorgeschreven in artikel 84, tweede lid, Sv, in samenhang met de Termijnenwet.
De rechtbank oordeelde dat de vordering pas op 29 augustus 2023 werd behandeld, terwijl deze op 25 augustus was ingediend, waardoor de termijn werd overschreden. Daarom wees de rechtbank de vordering af en beval onmiddellijke vrijlating van de verdachte, met behoud van de schorsingsvoorwaarden.
Deze uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van termijnen bij voorlopige hechtenis en bevestigt dat overschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid van vorderingen tot opheffing van schorsing.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis af wegens overschrijding van de beslistermijn en beveelt onmiddellijke vrijlating van de verdachte.