ECLI:NL:RBGEL:2023:876
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- A. Tegelaar
- L.F. Bögemann
- H.P.M. Kester
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs bij poging tot afpersing en geweldpleging
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van diefstal met geweld, poging tot afpersing, mishandeling en bedreiging. De feiten betreffen een incident op 13 januari 2021 te Arnhem waarbij een gouden ketting werd weggenomen en geweld werd gebruikt tegen het slachtoffer.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank stelde vast dat medeverdachten wel aanwezig waren in de woning van het slachtoffer, maar verdachte zelf buiten bleef.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs, waaronder WhatsApp-berichten en getuigenverklaringen, onvoldoende was om verdachte schuldig te verklaren. Tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van ondersteunend bewijs maakten een veroordeling niet mogelijk.
De civiele vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat de strafzaak niet tot bewezenverklaring leidde. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen diefstal met geweld en poging tot afpersing.