De rechtbank Gelderland heeft op 29 januari 2024 besloten de onderbewindstelling van de rechthebbende op te heffen. De onderbewindstelling was ingesteld vanwege verkwisting en problematische schulden. De opvolgend bewindvoerder heeft nagelaten tijdig de vereiste stukken, zoals de boedelbeschrijving en rekening en verantwoording, in te dienen en heeft onvoldoende overleg gevoerd met de rechthebbende.
De kantonrechter constateerde dat de voormalige bewindvoerder geen verantwoording had afgelegd over de jaren 2020 en 2021 en dat de opvolgend bewindvoerder de boedelbeschrijving meer dan een jaar te laat had ingediend. Tevens ontbraken een plan van aanpak en was de eigen woning van de rechthebbende niet vermeld in de stukken. Ondanks een mededeling over een schuldhulpverleningstraject in 2023, was onvoldoende duidelijkheid over de voortgang hiervan.
De rechthebbende, die Spaanstalig is, gaf tijdens de zitting aan het bewind te willen beëindigen en over te willen stappen naar budgetbeheer via de gemeente. Na de zitting bleek zij toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject per 6 december 2023. Gezien het onvoldoende functioneren van de bewindvoerder en de mogelijkheid voor de rechthebbende om zelfstandig het schuldhulptraject te doorlopen, achtte de kantonrechter voortzetting van het bewind niet zinvol en besloot tot opheffing met ingang van 15 februari 2024.