Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
€ 287,85 en de nakosten van € 37,50.
Rechtbank Gelderland
Eiser, verzekerd bij VGZ, vorderde een overzicht van betalingsverplichtingen van 2019 tot 2022, terugbetaling van onverschuldigde betalingen en een schadevergoeding wegens vermeende onjuiste verwerking van betalingen en onduidelijke overzichten.
VGZ stelde dat sanering had plaatsgevonden voor achterstanden tot eind 2018 en dat eerdere vonnissen onherroepelijk waren. VGZ betwistte onjuiste verwerking en stelde dat betalingen correct waren verwerkt en toegelicht. Diverse overzichten waren verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat VGZ aan de verplichting tot verstrekking van het overzicht had voldaan, ondanks dat het overzicht complex was door verrekeningen en storneringen. Er was onvoldoende onderbouwing dat betalingen onjuist waren verwerkt of dat sprake was van onverschuldigde betaling.
De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen omdat geen grondslag of causaal verband was gesteld of gebleken. De proceskosten werden gecompenseerd omdat het overzicht pas tijdens de procedure werd verstrekt.
De rechtbank wees de vorderingen af en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vorderingen van eiser worden afgewezen, proceskosten worden gecompenseerd.