Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiseres 1] , uit [vestigingsplaats] , eiseres 1 (zaaknummer: 23/2321),
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
- eiseres 1: € 1.156, -, waarvan € 924,- als voorschot;
- eiseres 2: € 5.157,-, waarvan € 4.125,- als voorschot;
- eiseres 3: € 47.929,-, waarvan € 38.343,- als voorschot;
- eiseres 4: € 38.889,-, waarvan € 31.113,- als voorschot;
- eiseres 5: € 62.364,-, waarvan € 49.893,- als voorschot;
- eiseres 6: € 4.860,-, waarvan € 3.888,- als voorschot.
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
hierna: de Beleidsregel) leidt tot een 100% korting van de subsidie. Een korting van 10% is volgens de minister niet aan de orde, omdat deze, volgens artikel 3, tweede lid, onder a, van de Beleidsregel, alleen wordt toegepast indien de accountant kan concluderen dat de oordeelonthouding uitsluitend het gevolg is van inherente beperkingen op grond van de Standaard 3900N. De accountant van eiseressen heeft besloten om niet te concluderen dat de oordeelonthouding uitsluitend het gevolg is van inherente beperkingen op grond van de Standaard 3900N. Doordat in de Beleidsregel de mogelijkheid is opgenomen om in bepaalde situaties 10% korting toe te passen, is volgens de minister al rekening gehouden met het evenredigheidsbeginsel. In een situatie als die van eiseressen is een afweging gemaakt tussen het belang van de rechtmatigheid van de onderhavige subsidieregeling en het vertrouwen van het algemene publiek in de uitgaven die deze subsidieregeling met zich meebrengt tegenover de nadelige gevolgen die de werkgevers ondervinden.
- het management heeft geen interne beheersingsmaatregelen geïmplementeerd maar dit kan redelijkerwijs ook niet van het management worden verwacht gezien de omvang van de entiteit;
- de organisatie heeft wel interne beheersingsmaatregelen geïmplementeerd in de reguliere processen, maar voert dit niet uit op de momenten waarop dit in het kader van de uitvoering van de NOW-assurance-opdracht noodzakelijk is en dit redelijkerwijs van de organisatie ook niet kon worden verwacht;
- nieuwe activiteiten hebben ertoe geleid dat interne beheersingsmaatregelen niet konden worden uitgevoerd of aangepast gezien de veranderde situatie waarbij dit vanwege aan de coronacrisis toe te schrijven redenen redelijkerwijs ook niet kon worden verwacht; of
- een situatie waarbij het door de coronacrisis voor de accountant onmogelijk is om bepaalde waarnemingen uit te voeren die niet met andere controlemaatregelen kunnen worden gecompenseerd. (Zie Par. A18, A19, A20, A21, A22, A23, A24, A25, A26 en A27R).
Oordeelonthouding is uitsluitend het gevolg van inherente beperkingen in het kader van een NOW-onderzoek”. Zoals uit het bovenstaande blijkt, is onze oordeelonthouding uitsluitend het gevolg van inherente beperking in het kader van een NOW-onderzoek zoals gedefinieerd in Standaard 3900N.”
Oordeelonthouding is uitsluitend het gevolg van inherente beperkingen in het kader van een NOW-onderzoek”. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de accountant van eiseressen in zijn assurance-rapport van 3 februari 2022 heeft verklaard dat hij, op basis van de ervaringen met eiseressen, geen indicaties heeft dat de opgegeven omzetdaling niet juist is. In zijn nadere toelichting op dit rapport van 11 januari 2023 en ter zitting van de rechtbank heeft de accountant dit herhaald. De accountant heeft ter zitting ook verklaard dat hij geen signalen heeft dat er niet aan de voorwaarden van de NOW-1 is voldaan door eiseressen en dat hij geen indicaties heeft dat binnen het concern van eiseressen een verschuiving van de omzet heeft plaatsgevonden. Tot slot heeft de rechtbank mee laten wegen dat uit de toelichting van de accountant op zijn accountantsrapport van 11 februari 2023 volgt dat de afwezigheid van een adequate projectadministratie bij twee eiseressen, waardoor onzekerheid blijft bestaan over de juiste opbrengsten en de juiste periodetoerekening, op een lijn gesteld kan worden met een of meer van de situaties waarin volgens artikel 16, aanhef en onder b., van de Standaard 3900N sprake is van een oordeelonthouding die uitsluitend voortvloeit uit een inherente beperking.