Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.1. [gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
In dit kort geding stond oorspronkelijk een geschil centraal over het verstrekken van de sleutel van de woning van eiseres, het verkrijgen van toegang tot persoonlijke zaken en het beheer over haar auto. Tijdens de mondelinge behandeling heeft eiseres haar primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen ingetrokken, waardoor enkel de proceskostenbeslissing resteerde.
Gezamenlijke gedaagden stelden dat eiseres niet procesbekwaam is en dat de advocaat van eiseres op grond van artikel 245 lid 1 Rv Pro in de proceskosten veroordeeld moet worden. De voorzieningenrechter kon echter niet vaststellen wie in het ongelijk is gesteld, mede omdat de feiten omtrent het beheer van de woning en sleuteloverdracht onduidelijk waren en nader onderzoek behoefden.
De rechter verwees naar eerdere richtlijnen van de kantonrechter en de Gedragsregels advocatuur die het belang van minnelijke regeling en het voorkomen van onnodige procedures benadrukken. Gezien de familiebanden tussen partijen en het ontbreken van duidelijkheid over het verloop van de gebeurtenissen, besloot de voorzieningenrechter de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter compenseert de proceskosten, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.