ECLI:NL:RBGEL:2024:1316
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek wegens inhoudelijk geschil en onvoldoende opeisbaarheid vordering
De rechtbank Gelderland behandelde op 16 januari 2024 het verzoek van verzoekster tot faillietverklaring van verweerster. Verweerster betwistte het verzoek en stelde dat er een inhoudelijk geschil bestaat dat in een bodemprocedure moet worden beslecht. Tevens ontkende zij in staat van faillissement te verkeren.
Verweerster erkende een openstaand bedrag van circa €476.000, maar betwistte de opeisbaarheid daarvan. Verzoekster stelde dat de geldlening opeisbaar is omdat de joint venture niet tot stand is gekomen. De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden rondom de joint venture en de gewijzigde afspraken niet summierlijk konden worden vastgesteld.
Gezien het inhoudelijke geschil en het ontbreken van een duidelijk opeisbaar vorderingsrecht, wees de rechtbank het faillissementsverzoek af. Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten van €1.196,-.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van verweerster wordt afgewezen wegens een inhoudelijk geschil en onvoldoende summier vaststaand vorderingsrecht.