Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Utrecht, de inspecteur,
Inleiding
Feiten
minerszouden zijn opgelicht. Door het bedrijf [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) werden
Bitcoinminersaangeboden.
minerskonden worden aangekocht, waarbij aan de koper een koopovereenkomst werd toegestuurd waarin het serienummer van de aangeschafte
minerstond vermeld. De koper zou volgens die koopovereenkomst te allen tijde eigenaar blijven van de
miner. Daarnaast kon de koper een servicecontract voor de
minerafsluiten bij het bedrijf [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ). De aangeschafte
minerzou vervolgens in een
miningfarmworden geplaatst. De opbrengst zou vervolgens per
minerongeveer 0,3 Bitcoin tot 0,4 Bitcoin per maand bedragen. De Bitcoinkoers heeft op zijn top in december 2017 een waarde van circa
minersuitgekeerd. De FIOD heeft geconcludeerd dat nooit een miningfarm met
minersheeft bestaan. Voor zover er ‘rendementsuitkeringen’ zijn gedaan, zouden deze gefinancierd zijn uit de betalingen voor de aankoop van
minersdoor latere klanten. Daarnaast heeft verdachte zich volgens het Openbaar Ministerie schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. (…)”
Beoordeling door de rechtbank
‘In dat geval kan met recht worden gesteld dat sprake is van een bron van inkomen’. Nu ook belanghebbende heeft betoogd dat sprake is van een bron van inkomen, zijn partijen het over de bronvraag in wezen eens - wat daar verder ook van zij. Voor de behandeling van dit geschil neemt de rechtbank dus als uitgangspunt dat sprake is van een bron van inkomen. De te beantwoorden vervolgvraag is welke bron van inkomen van toepassing is: winst uit onderneming (WUO) of resultaat uit overige werkzaamheden (ROW).