Eiseres verzocht het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland om volledige openbaarmaking van bijlage 4 van een interne memo over de uitbreiding van de bescherming van het voorland. Het college maakte deze memo slechts gedeeltelijk openbaar en beriep zich op de weigeringsgrond van artikel 5.2 van de Wet open overheid (Woo), die bescherming biedt aan persoonlijke beleidsopvattingen.
De rechtbank oordeelt dat het begrip persoonlijke beleidsopvattingen onder de Woo strenger is dan onder de oude Wob en dat een deel van de zwartgelakte passages in de memo geen persoonlijke beleidsopvattingen bevatten, maar feitelijke of objectieve informatie. Daarnaast bevatten de niet-openbaargemaakte passages geen milieu-informatie, waardoor een belangenafweging niet aan de orde was.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.