ECLI:NL:RBGEL:2024:1653

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 maart 2024
Publicatiedatum
25 maart 2024
Zaaknummer
10643221 \ CV EXPL 23-5440
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis uitvoerbaar bij voorraadverklaring in civiele zaak tussen gezamenlijke eisers en zorgstichtingen

In deze civiele procedure tussen gezamenlijke eisers en de stichtingen 't Herenhuis Tiel en Mesa Zorg heeft de kantonrechter een herstelvonnis gewezen op 25 maart 2024. Dit herstelvonnis betreft een omissie in het oorspronkelijke vonnis van 21 februari 2024, waarbij de uitvoerbaar bij voorraadverklaring was verzuimd toe te voegen, ondanks dat deze vordering wel was ingesteld.

De gezamenlijke eisers hadden bij hun dagvaarding verzocht om hun vorderingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. In het vonnis van 21 februari 2024 werd echter niet op dit onderdeel beslist, behalve dat het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De gemachtigde van de stichtingen maakte bezwaar tegen het herstelverzoek, maar de kantonrechter oordeelde dat sprake was van een omissie, omdat het dictum niet volledig was.

Op grond van artikel 32 Rv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR2009:BH2465) kan een uitspraak worden aangevuld als een deel van de vordering over het hoofd is gezien. De kantonrechter besloot daarom het vonnis te herstellen door de uitvoerbaar bij voorraadverklaring alsnog toe te voegen en het dictum dienovereenkomstig te wijzigen. Tevens werd bepaald dat deze verbetering op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld en dat partijen het vonnis aan de griffie retourneren.

Uitkomst: Het vonnis van 21 februari 2024 wordt hersteld door toevoeging van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring.

Uitspraak

herstelvonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 10643221 \ CV EXPL 23-5440
herstelvonnis van 25 maart 2024
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[eiser 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [gezamenlijke eisers] ,
gemachtigde: mr. H.M. Punt,
tegen

1.STICHTING 'T HERENHUIS TIEL,

te Tiel,
2.
STICHTING MESA ZORG,
te Herveld,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: Herenhuis en Mesa,
gemachtigde: mr. C.E. Verploeg

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij brief van 1 maart 2024 (gedateerd 12 januari 2024) is door de gemachtigde van [gezamenlijke eisers] verzocht om aanvulling van het op 21 februari 2024 gewezen vonnis, in die zin dat het vonnis – conform de vordering daartoe bij inleidende dagvaarding – alsnog uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
1.2.
Bij brief van 4 maart 2024 heeft de gemachtigde van Herenhuis en Mesa bezwaar gemaakt tegen inwilliging van het verzoek, nu niet verzuimd is te beslissen op een onderdeel van het door [gezamenlijke eisers] gevorderde. In de uitspraak is namelijk beslist dat het meer of anders gevorderde wordt afgewezen en daar valt ook de vordering tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring onder.

2.De beoordeling

2.1.
Niet ter discussie staat dat [gezamenlijke eisers] bij hun inleidende dagvaarding
verzocht hebben om hun vorderingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Aan deze
uitvoerbaar bij voorraadverklaring worden in het lichaam van het vonnis geen woorden gewijd, behoudens indien sprake is van een verweer dat daar uitdrukkelijk op is gericht. Van een dergelijk verweer was in het onderhavige geding geen sprake, reden waarom er in het lichaam van het vonnis van 21 februari 2024 geen overwegingen over zijn opgenomen. In het dictum is echter verzuimd om het vonnis – zoals gevorderd – uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
2.2.
De kantonrechter is met [gezamenlijke eisers] van oordeel dat in het vonnis van 21 februari 2024 sprake is van een omissie. Er is verzuimd te beslissen op een onderdeel van het door [gezamenlijke eisers] gevorderde. De Hoge Raad heeft in het arrest van 10 april 2009 (ECLI:NL:HR2009:BH2465) bepaald dat aanvulling van een uitspraak op grond van het bepaalde in artikel 32 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ook kan plaatsvinden als het dictum van die uitspraak weliswaar een afwijzing van het “meer of anders” gevorderde dan wel verzochte bevat, maar de rechter tot de conclusie komt dat hij daarbij een (deel van de) vordering over het hoofd heeft gezien en die afwijzing daarop dan ook geen betrekking heeft.
2.3.
Het voorgaande betekent dat de kantonrechter het verzoek zal toewijzen, zoals hierna bepaald.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
bepaaltdat r.ov. 5.6. van het op 21 februari 2024 tussen [gezamenlijke eisers] en Herenhuis en Mesa gewezen vonnis, waar staat:
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
onder gelijktijdige vernummering wordt gewijzigd in:
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
3.2.
bepaaltdat deze verbetering onder vermelding van de datum 25 maart 2024 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 21 februari 2024;
3.3.
gelastelk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het afschrift van het vonnis van 21 februari 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank Gelderland te retourneren.
Dit herstelvonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2024.