Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Zwolle, de inspecteur,
Inleiding
Feiten
(…)
(…)
Rechtbank Gelderland
Belanghebbende, handelaar in personen- en lichte bedrijfsauto's, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over februari 2020 met toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen aan afnemers in andere EU-lidstaten. De inspecteur weigerde een deel van het verzoek vanwege onvoldoende aannemelijkheid van het vervoer naar andere lidstaten en het ontbreken van juiste afhaalverklaringen en machtigingen.
De rechtbank oordeelt dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden omdat belanghebbende voldoende gelegenheid heeft gehad om bewijs te leveren voorafgaand aan de weigering. De rechtbank stelt vast dat slechts twee afnemers als vaste afnemers kunnen worden aangemerkt en dat bij deze afnemers de afhaalverklaringen onvoldoende onderbouwing bieden vanwege ontbrekende machtigingen. Voor overige afnemers ontbreken vaste handelsrelaties en juiste afleveradressen op afhaalverklaringen.
De overgelegde Duitse brieven en groene kaarten zijn administratieve documenten die niet aantonen dat de auto's daadwerkelijk in het kader van de levering naar andere lidstaten zijn vervoerd. De rechtbank concludeert dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het nultarief terecht is toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Daarnaast wordt een immateriële schadevergoeding van €1.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan de inspecteur en de Staat ieder de helft betalen. Ook worden proceskosten en griffierecht deels aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van teruggaaf omzetbelasting wordt ongegrond verklaard; belanghebbende krijgt een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.