Uitspraak
zaaknummer: ARN 24/1593 OW HAND (rectificatie)
uitspraak van de voorzieningenrechter van
[verzoeker 1],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe
[derde-partij]uit [vestigingsplaats] (vergunninghouder).
Rechtbank Gelderland
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe heeft verleend voor het huisvesten van maximaal 80 Oekraïense vluchtelingen en 10 statushouders in een hotel op een perceel in Epe voor de duur van drie jaar.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld en beoordeelt of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Het bezwaar richt zich onder meer op de vraag of het college terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, een vereiste voor het verlenen van een buitenplanse omgevingsvergunning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college in redelijkheid heeft kunnen vaststellen dat het gebruik van het hotel voor langdurige opvang van vluchtelingen geen onevenredige gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat, mede omdat het tijdelijk is en het planologisch mogelijk is dat het hotel volledig bezet is. Ook is voldoende parkeergelegenheid aanwezig. Andere bezwaren, zoals het ontbreken van advies van Gedeputeerde Staten en de toepassing van oud kruimelgevallenbeleid, worden eveneens verworpen. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de opvang van vluchtelingen in het hotel te Epe wordt afgewezen.