Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Jeugdbescherming Gelderland, regio Noord,
Rechtbank Gelderland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2006, vanwege een langdurig onveilige thuissituatie gekenmerkt door huiselijk geweld, criminele activiteiten en onvoldoende opvoedcapaciteit van de ouders.
De minderjarige verblijft sinds kort vrijwillig in een begeleide woongroep waar zij meer rust ervaart. De moeder betwistte de noodzaak van ondertoezichtstelling, stellende dat vrijwillige hulpverlening voldoende is en dat meer betrokkenheid contraproductief zou zijn.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro was voldaan en dat de bedreigingen voor de ontwikkeling van de minderjarige ernstig zijn. Daarom werd de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot de meerderjarigheid van de minderjarige, met het oog op een toekomstbestendig plan na haar 18e verjaardag.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de rolverdeling tussen de begeleidster van Helderzorg en de jeugdbeschermer werd toegelicht, waarbij de begeleidster het eerste aanspreekpunt blijft en de jeugdbeschermer regie voert op afstand.
De uitspraak werd mondeling gegeven op 26 maart 2024 en schriftelijk vastgesteld op 9 april 2024 door kinderrechter A.E.M. Overkamp.
Uitkomst: Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige tot haar meerderjarigheid toegewezen.