Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2024:2142

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 april 2024
Publicatiedatum
12 april 2024
Zaaknummer
10927162
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BWArt. 6:265 lid 1 BWArt. 7:224 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens voortdurende geluidsoverlast door huurder

De huurder heeft een huurovereenkomst gesloten voor een woning binnen een appartementencomplex. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens geluidsoverlast en geuroverlast veroorzaakt door de huurder. Diverse medehuurders hebben klachten ingediend over harde muziek en stampende geluiden, vooral in de avond en nacht.

De huurder betwist de overlast en de toerekenbaarheid hiervan. De kantonrechter stelt vast dat de geluidsoverlast structureel en voortdurend is en dat de huurder deze veroorzaakt. De verhuurder hoefde de overlast niet objectief met meetapparatuur vast te stellen; de verklaringen van medehuurders en geluidsfragmenten zijn voldoende bewijs.

De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen als goed huurder, wat ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De huurder heeft na kennisname van klachten de overlast voortgezet. De ontbinding wordt daarom bekrachtigd, met veroordeling tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening van het vonnis. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens voortdurende geluidsoverlast en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 10927162 \ CV EXPL 24-1302
Vonnis in verzet van 17 april 2024
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] ,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen,
procederend met toevoeging [nummer] ,
tegen
WOONSTICHTING DE KERNEN,
te Hedel,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: De Kernen,
gemachtigde: mr. R. Boekhoff.

1.De procedure

1.1.
Bij dagvaarding van 2 januari 2024 is [eiser] in verzet gekomen tegen het op 15 november 2023 tussen De Kernen en [eiser] bij verstek uitgesproken vonnis onder zaaknummer 10788960 CV EXPL 23-8050 en heeft [eiser] tegen de vorderingen van De Kernen verweer gevoerd.
1.2.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-het tussenvonnis, waarin mondelinge behandeling is bepaald;
-de aanvullende producties aan de zijde van De Kernen;
-de mondelinge behandeling op 18 maart 2024, waarvan door de griffier zittingsaantekeningen zijn gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft een overeenkomst gesloten met De Kernen voor de huur van een woning aan de [adres+plaats] . De woning maakt onderdeel uit van een appartementencomplex. De huurovereenkomst is ingegaan op 24 oktober 2022. Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van 1 januari 2021 van De Kernen van toepassing verklaard (hierna: algemene voorwaarden).
2.2.
In artikel 7 algemene Pro voorwaarden staat:
“(…)Hoe voorkomt u overlast?
Wij willen graag dat alle bewoners fijn en rustig kunnen wonen. U zorgt ervoor dat u geen overlast veroorzaakt, in welke vorm dan ook. Dat geldt ook voor uw huisgenoten, bezoek of derden in uw woning. (…)”

3.Het geschil

3.1.
De Kernen vordert in haar dagvaarding van 2 november 2023 bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat:
-de huurovereenkomst per datum vonnis wordt ontbonden;
-[eiser] wordt veroordeeld de woning te ontruimen binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis; en
-[eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten.
3.2.
De Kernen legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. [eiser] komt de in de huurovereenkomst gemaakte afspraken niet na, althans gedraagt zich niet als een goed huurder en schiet daardoor tekort in de nakoming van de huurovereenkomst.
3.3.
Bij verstekvonnis van 15 november 2023 heeft de kantonrechter de vorderingen van De Kernen toegewezen.
3.4.
[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
-de vorderingen van De Kernen af te wijzen;
-het verstekvonnis te vernietigen;
-[eiser] te ontheffen van de veroordeling tegen hem uitgesproken bij verstekvonnis van 15 november 2023 (zaaknummer 10788960 CV EXPL 23-8050); en
-De Kernen te veroordelen in de proceskosten van het geding.
3.5.
[eiser] legt daaraan ten grondslag dat geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming, hij betwist de verweten gedragingen.
3.6.
De Kernen voert in deze verzetprocedure verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vast staat dat het verzet tijdig is ingesteld, zodat [eiser] ontvankelijk is in zijn vordering en tot inhoudelijke beoordeling zal worden overgegaan.
Overlast
4.2.
Op grond van artikel 7:213 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) is een huurder verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dit houdt onder meer in dat de huurder zich dient te onthouden van gedragingen die ontoelaatbare overlast veroorzaken. Uit de tussen partijen toepasselijke algemene huurvoorwaarden volgt ook dat [eiser] zich als een goed huurder dient te gedragen en ervoor dient te zorgen dat hij bij andere huurders geen overlast veroorzaakt.
4.3.
Volgens De Kernen is sprake van geluidsoverlast. [eiser] draait meerdere keren per week harde muziek en met name in de avond en nacht. Daarnaast hangt er een hennepgeur rondom zijn woning. Andere huurders in het appartementencomplex hebben herhaaldelijk geklaagd over de geluids- en geuroverlast. Ter onderbouwing van de stelling dat sprake is van overlast heeft De Kernen van zes andere huurders in het appartementencomplex meerdere brieven en e-mailberichten overgelegd met daarin verklaringen van deze bewoners. Deze verklaringen zien ook op de periode na het uitbrengen van de dagvaarding door De Kernen en de verzetdagvaarding door [eiser] . Daarnaast zijn er geluidsfragmenten overgelegd die de andere huurders hebben gemaakt, waarop muziek te horen is dan wel stampende geluiden.
4.4.
[eiser] betwist dat uit deze verklaring van de medehuurders objectief kan worden afgeleid dat sprake is van overlast én dat [eiser] deze overlast veroorzaakt.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat andere huurders in de verklaringen de geluidsoverlast benoemen én dat [eiser] die veroorzaakt door het luid draaien van muziek en stampen met name in de avond en nacht. Uit de verklaringen volgt dat er klachten zijn over de geluidsoverlast van [eiser] over de periode vanaf (in ieder geval) januari 2023 tot en met maart 2024. De Kernen heeft ter zitting toegelicht dat er geen meldingen zijn gedaan van geluidsoverlast in de periode voordat [eiser] in het appartementencomplex woonde.
4.6.
Uit het voorgaande volgt dat sprake is van voortdurende en structurele geluidsoverlast en [eiser] die overlast veroorzaakt. De kantonrechter is van oordeel dat op basis van deze verklaringen het bewijs hiervoor afdoende is geleverd. Op De Kernen rustte – anders dan [eiser] betoogt – niet de verplichting de geluidsoverlastobjectief vast te stellen met behulp van meetapparatuur.
4.7.
Daarmee staat vast dat [eiser] handelt in strijd met zijn verplichtingen voortvloeiend uit de huurovereenkomst en dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming. De vraag of eveneens sprake is van een tekortkoming vanwege geuroverlast of ander gedrag behoeft daardoor geen verdere beantwoording.
Ontbinding
4.8.
Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij deze tekortkoming, gezien haar aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij deze afweging kunnen, naast de bijzondere aard en/of de geringe betekenis van de tekortkoming, alle overige omstandigheden van het geval van belang zijn. Het is aan [eiser] als degene die zich verweert tegen de gevorderde ontbinding om feiten en omstandigheden te stellen (en zo nodig te bewijzen) die dat beroep kunnen ondersteunen.
4.9.
Anders dan [eiser] betoogt, is bij het veroorzaken van overlast het blijvend onmogelijk om alsnog aan de verplichting (om geen overlast te veroorzaken) te voldoen. Er is geen ingebrekestelling nodig aan de zijde van De Kernen voor het intreden van het verzuim. De vraag of [eiser] een sommatiebrief van De Kernen heeft ontvangen (zoals [eiser] betwist), kan zodoende voor de beoordeling of De Kernen de overeenkomst kan ontbinden in het midden blijven.
4.10.
Voor zover [eiser] heeft willen betogen dat ontbinding niet gerechtvaardigd is, omdat hij niet bekend was met klachten van medehuurders, merkt de kantonrechter het volgende op.
4.11.
Uit de verklaringen van de zes andere huurders volgt dat [eiser] na de betekening van het verstekvonnis – waardoor [eiser] op de hoogte moet zijn geweest van de inhoud van de klachten die medehuurders tegen hem hebben geuit – onverminderd is doorgegaan met het veroorzaken van de geluidsoverlast. Er is om die reden geen sprake van omstandigheden die de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigen.
4.12.
Voor zover [eiser] heeft willen betogen dat ontbinding niet gerechtvaardigd is, omdat hij dan zijn woonruimte verliest merkt de kantonrechter het volgende op. [eiser] veroorzaakt structurele en voortdurende overlast en deze overlast lijkt steeds verder toe te nemen. [eiser] heeft de kansen gehad om zijn gedrag aan te passen, maar doet dit niet. Het verlies van zijn woning heeft hij aan zichzelf te wijten. Het belang van De Kernen om verdere overlast voor de andere huurders te voorkomen en de woning te verhuren aan een andere huurder rechtvaardigt de ontbinding.
Ontruiming
4.13.
Op grond van artikel 7:224 lid 1 BW Pro is de huurder verplicht om het gehuurde na einde van de huurovereenkomst ter beschikking aan de verhuurder te stellen. Door de ontbinding eindigt de huurovereenkomst. Nu de vordering tot ontbinding wordt toegewezen, wordt daarom ook vordering tot ontruiming toegewezen 14 dagen na betekening vonnis.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.14.
[eiser] heeft tot slot ter zitting verweer gevoerd tegen de uitvoerbaarheid bij voorraad.
4.15.
De kantonrechter overweegt dat het belang van de Kernen om het vonnis onmiddellijk te executeren ondanks eventueel hoger beroep zwaarder weegt dan het belang van [eiser] om een eventueel hoger beroep af te wachten. In de stelling van [eiser] dat hij bij uitvoerbaar bij voorraad genoodzaakt is om schorsing te verzoeken, wordt geen aanleiding gezien om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat de uitvoerbaarheid bij voorraad voor [eiser] mogelijke onomkeerbare gevolgen (het verlies van zijn woning in afwachting van hoger beroep) met zich brengt maakt het voorgaande niet anders.
Slotsom
4.16.
Gelet op het hiervoor overwogene wordt het verstekvonnis bekrachtigd.
Proceskosten
4.17.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Kernen worden begroot op:
- salaris gemachtigde
204,00
(1,00 punt × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
306,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
bekrachtigt het op 15 november 2023 gewezen verstekvonnis;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 306,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.D. Leen en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2024.