Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de begrotingsbeschikking van 18 januari 2024
2.De verdere beoordeling in reconventie
2.774,00
€ 5.604,43
1.965,00(2,5 punten× factor 1,0 × tarief € 786,00)
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak staat de beoordeling van gebreken aan een woning centraal die zijn ontstaan na uitvoering van een aannemingsovereenkomst. De discussie betreft vooral scheurvorming in een dragende bouwmuur, vochtproblemen in de kruipruimte, beschadigingen aan binnendeuren, tochtklachten bij kozijnen, kleurverschillen en gebreken aan de buitenriolering.
De deskundige heeft vastgesteld dat de scheurvorming mede veroorzaakt is door het verkeerd laten schrikken van betonvloeren en constructiekeuzes die tot doorbuiging leiden. De rechtbank stelt vast dat de herstelkosten van deze gebreken deels voor rekening van de aannemer en deels voor de opdrachtgever komen, waarbij de opdrachtgever 50% van de schade moet dragen. Vochtproblemen in de kruipruimte zijn niet voor rekening van de aannemer omdat de opdrachtgever niet geïnformeerd was over bodemgesteldheid.
Verder is geoordeeld dat beschadigingen aan binnendeuren, tochtklachten door onjuiste toepassing van DPC, kleurverschillen en niet-naleving van normen bij de buitenriolering als gebreken gelden die voor rekening van de aannemer komen. De totale schade wordt begroot op circa €46.370,00, vermeerderd met reeds toegewezen posten. Na verrekening van termijnen moet de opdrachtgever een bedrag van €19.912,43 aan de aannemer betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 juni 2022.
De vorderingen van de opdrachtgever worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en op 17 april 2024 uitgesproken.
Uitkomst: De opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van €19.912,43 plus wettelijke rente aan de aannemer en in de proceskosten.