Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.De standpunten
3.Vrijspraak
4.De beoordeling van de civiele vordering
en deverdediging hebben vanwege de bepleite vrijspraak verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde op 8 februari 2024 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van verkrachting op circa 25 maart 2022 te Ede. De tenlastelegging betrof het gebruik van geweld of andere feitelijkheden om het slachtoffer tot seksuele handelingen te dwingen. Zowel verdachte als aangeefster bevestigden dat seksuele handelingen plaatsvonden, maar verschilden van mening over de instemming van het slachtoffer.
De rechtbank overwoog dat in zedenzaken vaak alleen de verdachte en het slachtoffer aanwezig zijn, waardoor de beoordeling van verklaringen extra zorgvuldig moet gebeuren. De verklaringen liepen uiteen: verdachte stelde dat er sprake was van wederzijdse instemming, terwijl het slachtoffer ontkende hiermee akkoord te zijn gegaan. Door deze onduidelijkheid kon de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan verkrachting.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd de civiele vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding afgewezen door niet-ontvankelijkheid, aangezien de strafzaak niet tot een veroordeling leidde. Beide partijen dragen hun eigen kosten. Dit vonnis werd uitgesproken op 22 februari 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.