Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats 1] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst
[derde partij 1]en
[derde partij 2]uit [plaats 1] .
Rechtbank Gelderland
Eisers, eigenaren van een naastgelegen perceel, maakten bezwaar tegen de omgevingsvergunning die het gebruik van bedrijfswoningen als plattelandswoningen toestaat. De vergunning is verleend met toepassing van artikel 3.6.4 van de planregels, waarmee het college afwijkt van het bestemmingsplan. Eisers stelden dat het college in plaats daarvan de bestemming had moeten wijzigen naar wonen volgens artikel 3.7.4, omdat hun agrarisch bedrijf bedreigd zou worden.
De rechtbank oordeelt dat het agrarisch bedrijf van eisers niet is beëindigd, waardoor wijziging van bestemming naar wonen niet mogelijk is. Het gebruik als plattelandswoning past binnen de afwijkingsmogelijkheid van artikel 3.6.4 en is gunstiger voor de bedrijfsvoering van eisers. Diverse andere beroepsgronden van eisers, zoals zorgen over een derde bedrijfswoning en communicatie over de procedure, worden buiten beschouwing gelaten omdat ze niet op het besluit zien.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter D. Bruinse-Pot en griffier M.H. Dijkman op 25 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.