ECLI:NL:RBGEL:2024:2424
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wlz-indicatie wegens ontbreken grondslag verstandelijke handicap
Eiser, geboren in 2005 en bekend met partieel foetaal alcoholsyndroom (FAS), vroeg om een indicatie voor langdurige zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat er geen blijvende noodzaak tot 24-uurs zorg was en de grondslag verstandelijke handicap ontbrak. Het bezwaar werd eveneens afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was in zijn beroep, mede omdat een inhoudelijk oordeel over het besluit van belang kan zijn voor toekomstige perioden en mogelijke gevolgen kan hebben voor het inmiddels toegekende zorgprofiel. Eiser stelde dat hij voldeed aan de voorwaarden voor een Wlz-indicatie op grond van een verstandelijke handicap, onderbouwd met diverse medische rapporten.
De rechtbank stelde vast dat eisers cognitief functioneren laaggemiddeld tot gemiddeld is (TIQ 82-95) en dat volgens de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2021 een IQ onder 75 vereist is, tenzij ernstige beperkingen in adaptief functioneren aanwezig zijn. De medisch adviseurs concludeerden dat de beperkingen vooral voortkomen uit emotionele en psychische problematiek en niet uit verstandelijke beperkingen. De rechtbank vond deze motivering overtuigend en wees het beroep af.
Verder oordeelde de rechtbank dat de Beleidsregels niet onredelijk zijn en dat het CIZ niet hoefde af te wijken van deze regels. De afwijzing betekent niet dat eiser geen zorg kon krijgen, maar dat deze niet op grond van de Wlz geleverd kon worden, wel op grond van de Jeugdwet. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de Wlz-indicatie wegens het ontbreken van een grondslag verstandelijke handicap.