ECLI:NL:RBGEL:2024:2448
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt eigendom eiser van strook grond naast oprit, geen schenking of bruikleen
Eiser is sinds 1989 eigenaar van een perceel met woning, en zijn zoon, gedaagde, is sinds 2004 eigenaar van het aangrenzende perceel. Partijen sloten een gebruikersovereenkomst voor een oprit, maar gedaagde nam ook een strook grond naast en achter de oprit in gebruik, waarop hij tuin en speeltoestellen plaatste.
Eiser sommeerde gedaagde tot ontruiming van deze strook grond, waarop gedaagde niet voldeed. Eiser vorderde ontruiming, herstel en terbeschikkingstelling van de strook grond, met een dwangsom bij niet-naleving. Gedaagde betwistte het eigendom niet, maar stelde dat hij de grond door verkrijgende verjaring, schenking of bruikleen had verkregen en te goeder trouw was.
De rechtbank verwierp het beroep op verkrijgende verjaring omdat gedaagde dit niet langer aanhield. Ook het beroep op schenking en bruikleen faalde omdat geen wilsovereenstemming of uitvoering daarvan was gebleken. Stilzitten van eiser en feitelijk gebruik door gedaagde waren onvoldoende om eigendomsoverdracht aan te nemen. Misbruik van recht werd niet vastgesteld.
De primaire vordering tot ontruiming en herstel werd toegewezen, maar het vonnis werd niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege belangenafweging. De vordering tot vergoeding buitengerechtelijke kosten werd afgewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis werd uitgesproken op 3 april 2024.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming en herstel van de strook grond en betaling van proceskosten, terwijl het beroep op schenking, bruikleen en verkrijgende verjaring wordt verworpen.