Uitspraak
1.De procedure
- de brief met producties 1 t/m 13 van [gedaagde] van 16 april 2024;
2.De feiten
Gebruik
Betalingen
inloop achterstallige huurpenningen (onder protest)”.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een kort geding tussen verhuurder en huurder van een bedrijfsruimte met bedrijfswoning, waarbij de verhuurder ontruiming vordert wegens niet-naleving van de huurovereenkomst en een aanzienlijke huurachterstand.
De huurder heeft sinds september 2022 een huurachterstand opgebouwd die tot maart 2024 is opgelopen tot meer dan €21.000, ondanks onregelmatige betalingen en een recente betaling van €19.500 vlak voor de zitting. De verhuurder stelt dat de huurder het gehuurde niet exploiteert conform de huurovereenkomst, mede vanwege het ontbreken van een exploitatievergunning, terwijl de huurder stelt dat hij een broodjeszaak exploiteert waarvoor geen vergunning nodig is.
De kantonrechter oordeelt dat het in kort geding niet aannemelijk is dat de exploitatieplicht is geschonden, maar dat de huurachterstand en het betalingsgedrag voldoende spoedeisend belang geven voor ontruiming. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van de resterende huurachterstand, contractuele boetes en incassokosten, en proceskosten. De vordering tot dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de resterende huurachterstand, contractuele boetes, incassokosten en proceskosten.