ECLI:NL:RBGEL:2024:2671

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 maart 2024
Publicatiedatum
3 mei 2024
Zaaknummer
C/05/431904 / HA ZA 24-83
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van vordering en proceskosten in civiele zaak tussen Alutotaal Ede B.V. en gedaagde

In deze civiele procedure vordert Alutotaal Ede B.V. betaling van een bedrag van € 37.465,90 vermeerderd met wettelijke rente, handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten van gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank constateert een kennelijke verschrijving in het petitum omtrent de aanvangsdatum van de wettelijke handelsrente en corrigeert deze naar de dag van dagvaarding, 6 februari 2024. De gevorderde kosten, waaronder informatiekosten, exploten, griffierecht en salaris advocaat, worden gespecificeerd en grotendeels toegewezen, met correcties voor dubbele exploten.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf 6 februari 2024, handelsrente tot 5 februari 2024, incassokosten, beslagkosten en proceskosten. Tevens worden nakosten toegewezen onder voorwaarden bij niet-nakoming binnen veertien dagen na aanschrijving. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/431904 / HA ZA 24-83
Vonnis van 13 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ALUTOTAAL EDE B.V.,
gevestigd, althans kantoorhoudende te Ede,
eiseres,
advocaat mr. A.A. Bart te Veenendaal,
tegen
[gedaagde],
wonende en zaakdoende te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 6 februari 2024;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
In het lichaam van de dagvaarding heeft eiseres wettelijke handelsrente in aanmerking genomen ‘tot op 5 februari 2024’, zijnde de dag voorafgaande aan de dag van dagvaarding. In het petitum heeft zij echter wettelijke handelsrente gevorderd vanaf 2 februari 2024. De rechtbank beschouwt laatstgenoemde datum als een kennelijke verschrijving en neemt aan dat ook in het petitum vanaf 6 februari is bedoeld.
2.3.
Eiseres vordert gedaagde te veroordelen in de kosten. Blijkens het lichaam van de dagvaarding omvat dit de ‘Kosten Derden (extracten, deurwaarder, etc.)’, ter grootte van
€ 997,84. Hoewel eiseres dit bedrag niet gespecificeerd heeft, begrijpt de rechtbank dat eiseres hiermee doelt op informatiekosten (€ 11,00 in verband met een uittreksel van de Kamer van Koophandel) en de kosten van conservatoire maatregelen. De informatiekosten zijn toewijsbaar. De kosten van de conservatoire maatregelen zijn gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar, met dien verstande dat eiseres twee van de drie exploten dubbel heeft overgelegd zodat slechts twee daarvan in aanmerking worden genomen (€ 281,50 + € 81,26 = € 362,76). Aan griffierecht is € 688,00 toewijsbaar en voor salaris advocaat € 1.214,00 (1,0 punt x tarief € 1.214,00). Deze kosten aan de zijde van eiseres worden derhalve begroot op:
- exploten € 362,76
- informatiekosten € 11,00
- griffierecht € 688,00
- salaris advocaat €
1.214,00
Totaal € 2.275,76.
2.4.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 116,39
- griffierecht € 2.201,00 (€ 2.889,00 - € 688,00)
- salaris advocaat €
1.214,00(1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Totaal € 3.531,39.
2.5.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 37.465,90, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 6 februari 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 2.706,05 aan wettelijke handelsrente, berekend tot en met 5 februari 2024,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.149,66 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 2.275,76,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 3.531,39,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2024.