ECLI:NL:RBGEL:2024:2672

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 maart 2024
Publicatiedatum
3 mei 2024
Zaaknummer
C/05/432019 / HA ZA 24-86
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 706 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vorderingen en ontbinding overeenkomst Resort Bonaire BV

Eisers hebben vorderingen ingesteld tegen Resort Bonaire B.V., die niet is verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank heeft het gevorderde als niet onrechtmatig of ongegrond beoordeeld en deze vorderingen toegewezen.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van een bedrag van €54.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 augustus 2021, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €1.315. Tevens worden beslagkosten en proceskosten toegewezen, deels in Amerikaanse dollars en deels in euro's, met wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening of betekening van het vonnis.

De overeenkomst tussen partijen wordt rechtsgeldig ontbonden verklaard. De nakosten worden slechts toegewezen voor zover deze op dit moment kunnen worden begroot, met een regeling voor latere kosten onder voorwaarden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €54.000, incassokosten, beslagkosten, proceskosten en wettelijke rente, en de overeenkomst wordt ontbonden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/432019 / HA ZA 24-86
Vonnis van 20 maart 2024
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. W.Th. van Dijk te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RESORT BONAIRE B.V.,
gevestigd te Bonaire,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eisers vorderen gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden als volgt begroot: voor exploten US $ 583,00 (US $ 159,00 + US $ 159,00 + US $ 265,00), voor griffierecht US $ 251,00 en voor salaris advocaat € 1.214,00 (1,0 punt × tarief € 1.214,00).
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:
- dagvaarding € 129,14
- griffierecht € 1.325,00
- salaris advocaat
€ 1.214,00(1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Totaal € 2.668,14
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eisers te betalen een bedrag van € 54.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 2 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eisers te betalen een bedrag van € 1.315,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op US $ 834,00 plus
€ 1.214,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 2.668,14, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dan van volledige betaling,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.