ECLI:NL:RBGEL:2024:2686

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 april 2024
Publicatiedatum
3 mei 2024
Zaaknummer
C/05/433113 / HA ZA 24-134
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Wet op de omzetbelasting 1968Art. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst en toewijzing betaling met incassokosten en proceskosten

De rechtbank Gelderland heeft op 10 april 2024 uitspraak gedaan in een civiele zaak waarbij MRL Handel B.V. eiseres was en een handelende gedaagde niet is verschenen, waardoor verstek is verleend.

Eiseres vorderde ontbinding van een koopovereenkomst wegens tekortschieten in de nakoming door gedaagde, betaling van een bedrag van €86.000, buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de vordering grotendeels gegrond was, met uitzondering van de btw over de incassokosten die niet toewijsbaar werd geacht.

De buitengerechtelijke incassokosten werden vastgesteld op €1.635,00 op basis van redelijke tarieven uit het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De beslagkosten en proceskosten werden eveneens toegewezen en begroot. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders gevorderde af.

Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het hoofdbedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf opeisbaarheid, en tot vergoeding van de genoemde kosten. Tevens werd bepaald dat nakosten na dit vonnis onder voorwaarden kunnen worden gevorderd.

Uitkomst: De rechtbank ontbindt de koopovereenkomst en veroordeelt gedaagde tot betaling van €86.000 met incassokosten, beslagkosten en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/433113 / HA ZA 24-134
Vonnis van 10 april 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MRL HANDEL B.V.,
gevestigd te Den Haag en kantoorhoudende te Roosendaal,
eiseres,
advocaat mr. J.P. van Mulken te Nuth, gemeente Beekdaelen,
tegen
[gedaagde],
tevens handelende onder de naam
[handelsnaam],
wonende te [woonplaats] en aldaar kantoorhoudende,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is niet in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het (door eiseres genoemde) Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Hoewel niet direct van toepassing, geldt dat deze tarieven geacht worden redelijk te zijn. Op basis van deze tarieven wordt een bedrag van € 1.635,00 toegewezen. De gevorderde btw over dit bedrag is niet toewijsbaar, aangezien niet gesteld of gebleken is dat eiseres geen ondernemer is in de zin van artikel 7 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 of dat zij als ondernemer een vrijgestelde prestatie heeft verricht waarop de vordering betrekking heeft.
2.3.
Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op:
- exploten € 671,86
- griffierecht € 688,00
- salaris advocaat €
1.214,00(1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Totaal € 2.573,86.
2.4.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 115,84
- griffierecht € 2.201,00 (€ 2.889,00 - € 688,00)
- salaris advocaat €
1.214,00(1,0 punt × tarief € 1.214,00)
Totaal € 3.530,84.
2.5.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst wegens een tekortschieten in de nakoming zijdens gedaagde is ontbonden en dat er op gedaagde een terugbetalingsverplichting rust,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 86.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf het moment van opeisbaarheid van de vordering tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.635,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 2.573,86,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 3.530,84,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2024.