ECLI:NL:RBGEL:2024:2702

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 april 2024
Publicatiedatum
6 mei 2024
Zaaknummer
287190-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 68 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak handel en voorbereiding handel in hard- en softdrugs wegens onvoldoende wettig bewijs

Verdachte werd verdacht van handel in harddrugs, voorbereiding daarvan en handel in softdrugs in de periode juni tot december 2020. Het bewijs bestond voornamelijk uit gesprekken via een SkyECC-account dat aan verdachte werd toegeschreven. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk.

De rechtbank oordeelde dat de SkyECC-gesprekken onvoldoende wettig bewijs opleveren omdat deze geen steun vinden in enig ander bewijs. Er werden geen drugs aangetroffen bij verdachte en andere bewijsmiddelen ontbraken om de inhoud van de chats te bevestigen. Ook eerdere vondsten van hennep en contant geld boden geen steun, vanwege eerdere sepotten en het ontbreken van verband met de ten laste gelegde periode.

Daarom ontbrak het wettige bewijs voor de tenlastegelegde feiten en sprak de rechtbank verdachte vrij. De voorlopige hechtenis werd eerder opgeheven. Het vonnis werd uitgesproken op 24 april 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor handel en voorbereiding van handel in hard- en softdrugs.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/287190-23
Datum uitspraak : 24 april 2024
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende aan het [adres 1] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. M.G.M. Frerix, advocaat in Ede.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juni 2020 tot en met 23 december 2020 te Nijkerk, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne,
zijnde amfetamine en/of methamfetamine en/of cocaïne en/of MDMA en/of 4-MMC en/of heroïne
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juni 2020 tot en met 23 december 2020 te Nijkerk, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het (telkens) opzettelijke bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen van (een hoeveelheid) amfetamine (olie) en/of methamfetamine en/of cocaïne en/of MDMA en/of 4-MMC en/of heroïne en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval (telkens) een middels als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachten artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten een of meerdere PGP-/cryptotelefoons,
door
- ( telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) te hebben en/of berichten (over amfetamine (olie) en/of methamfetamine en/of cocaïne en/of MDMA en/of 4-MMC en/of heroïne) (en/of (pre)precursoren waaronder BMK-olie en/of p-poeder en/of aceton en/of apaan en/of b-poeder) en/of foto’s (van amfetamine en/of methamfetamine en/of cocaïne en/of MDMA en/of 4-MMC en/of heroïne) te sturen naar en/of (een) bespreking(en) te voeren en/of inlichtingen uit te wisselen en/of afspra(a)k(en) te maken met één of meerdere (mogelijke) leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), producent(en) en/of andere(n) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking en/of productie van amfetamine en/of methamfetamine en/of cocaïne en/of MDMA en/of 4-MMC en/of heroïne;
2
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juni 2020 tot en met 23 december 2020 te Nijkerk, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd,
zijnde hennep en/of hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De officier van justitie heeft in dit verband aangevoerd dat verdachte gebruik maakte van het SkyECC-account [account-nummer] . Uit de SkyECC-gesprekken die in 2020 met dit account zijn gevoerd, blijkt dat verdachte zich bezighield met de handel in verschillende soorten drugs. Dit betroffen zowel softdrugs als harddrugs. Verdachte was van alle markten thuis. Daarnaast is er op 31 oktober 2023 onder verdachte een groot contant geldbedrag aangetroffen. Dit duidt erop dat verdachte zich ook in 2023 nog bezighield met de handel in drugs.
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank stelt voorop dat het bewijs voor het tenlastegelegde in beslissende mate is gebaseerd op de gegevens die zijn verkregen uit de SkyECC-hack. Het procesdossier bevat een door de politie gemaakte selectie van een grote hoeveelheid SkyECC-berichten, die door een account dat door de politie aan verdachte wordt toegeschreven ( [account-nummer] ) zijn verzonden en ontvangen. De rechtbank stelt – met de officier van justitie – vast dat het om gesprekken gaat met meerdere tegencontacten en dat in de gesprekken veelvuldig wordt gesproken over drugsgerelateerde onderwerpen. De vraag waarvoor de rechtbank zich evenwel gesteld ziet, is of in deze zaak wordt voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Al het bewijs is immers afkomstig uit één en dezelfde bron, te weten de SkyECC-hack. De gesprekken die via SkyECC zijn gevoerd, vinden geen steun in enig ander bewijs. Er zijn onder verdachte geen drugs aangetroffen en er zijn ook anderszins geen bewijsmiddelen waaruit blijkt dat hetgeen in de chats wordt vermeld ook daadwerkelijk is gebeurd. In die zin ontbreekt iedere connectie tussen hetgeen met betrekking tot het tenlastegelegde uit de chats naar voren komt en de realiteit. Hierdoor is de inhoud van de berichten niet te toetsen. De rechtbank is van oordeel dat bijgevolg het wettige bewijs voor de ten laste gelegde feiten ontbreekt. Zij spreekt verdachte daarom vrij van alle ten laste gelegde feiten.
In aanvulling op het voorgaande overweegt de rechtbank met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde dat het aantreffen van een hennepkwekerij in de woning aan het [adres 2] in [plaats] op 23 december 2020 niet de vereiste steun voor de SkyECC-gesprekken oplevert, nu deze zaak tegen verdachte blijkens zijn justitiële documentatie met code 02 (onvoldoende bewijs) is geseponeerd. Ook de omstandigheid dat op 14 juli 2020 onder verdachte een plastic tas met ongeveer 800 gram hennep is aangetroffen levert naar het oordeel van de rechtbank niet de vereiste steun op, nu verdachte hiervoor reeds onherroepelijk is veroordeeld en hij op grond van artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht niet opnieuw voor dit feit vervolgd (en dus veroordeeld) mag worden. Tot slot levert het aantreffen van een contant geldbedrag van bijna € 28.000,00 op 31 oktober 2023, drie jaar na de ten laste gelegde periode, evenmin het vereiste steunbewijs op, nu uit de bewijsmiddelen in het dossier niet blijkt dat dit geld is verdiend door het plegen van de ten laste gelegde feiten in de ten laste gelegde periode.
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van verdachte, in verband met het voorgaande, bij afzonderlijke beslissing van 4 april 2024 opgeheven.

4.De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bonder (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Draaijers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 april 2024.