Eisers hebben hun woning verkocht aan gedaagde, waarbij gedaagde verplicht was een waarborgsom te storten en de woning af te nemen. Gedaagde is in verzuim geraakt door niet te voldoen aan deze verplichtingen, ondanks ingebrekestellingen. Eisers hebben daarop de koopovereenkomst rechtsgeldig ontbonden en vorderen schadevergoeding.
Gedaagde stelde dat hij de overeenkomst had vernietigd wegens dwaling en bedrog, omdat de gebruiksoppervlakte van de woning volgens hem onjuist was vermeld. Tevens riep hij de verkoopmakelaar in vrijwaring, stellende dat deze onzorgvuldig had gehandeld door de meetinstructie verkeerd toe te passen. De rechtbank oordeelt dat de meetinstructie correct is toegepast en dat er geen sprake is van onjuiste informatie of opzet.
De rechtbank wijst de vorderingen van gedaagde in de vrijwaringszaak af en veroordeelt gedaagde in de hoofdzaak tot betaling van een schadevergoeding van €249.923,00, bestaande uit het verschil tussen de koopsom en de uiteindelijke verkoopprijs, hypotheeklasten en overbruggingskrediet. De gevorderde verzekeringskosten en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is gewezen door rechter E. Boerwinkel op 8 mei 2024.