ECLI:NL:RBGEL:2024:2798
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplichtigheid hennepteelt
Verdachte werd beschuldigd van het telen en verwerken van circa 2035 hennepplanten in een pand te ’t Harde, al dan niet samen met anderen, en van medeplichtigheid door het knippen van hennepplanten en opruimen van de kwekerij.
De rechtbank stelde vast dat verdachte bekend was met de kwekerij en ongeveer tien dagen voor de inval had geholpen met verplaatsen van apparatuur, vegen van de grond en opruimen van bladeren en takken. Verdachte ontkende echter het knippen van hennepplanten. DNA van verdachte werd gevonden op handschoenen in de kwekerij.
Hoewel de officier van justitie medeplichtigheid wilde bewijzen, oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte actief heeft meegewerkt aan het knippen van de planten. De verklaringen van medeverdachte waren niet expliciet en het DNA op de handschoenen kon ook passen bij het opruimen. Verdachte werd daarom vrijgesproken van zowel het primair ten laste gelegde feit als het subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheidsfeit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplichtigheid aan hennepteelt.