Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.Feiten
2.Het verzoek
€ 715,-wegens:
Rechtbank Gelderland
Op 4 november 2022 werd verzoeker tijdens een verkeerscontrole aangehouden vanwege vermoedelijk drugsgebruik. Een speekseltest wees op cannabisgebruik, waarna een bloedafname volgde. Verzoeker kreeg een rijverbod van 24 uur opgelegd. Later bleek uit een tegenonderzoek dat het THC-gehalte in het bloed lager was dan de toegestane norm.
Verzoeker werd vervolgd via een strafbeschikking met een geldboete van €850, waartegen verzet werd ingesteld. Uiteindelijk werd de strafbeschikking ingetrokken wegens onvoldoende bewijs. Verzoeker vroeg vervolgens vergoeding van kosten voor het tegenonderzoek, een forfaitaire vergoeding voor het rijverbod en advocaatkosten.
De rechtbank oordeelde dat de kosten van het tegenonderzoek en de advocaatkosten toewijsbaar zijn omdat deze het belang van het onderzoek dienden en redelijk zijn. De vergoeding voor het rijverbod werd afgewezen omdat het rijbewijs niet was ingevorderd of ingehouden, en de regeling voor schadevergoeding strikt uitgelegd moet worden. De rechtbank wees het verzoek deels toe en kende een totaalbedrag van €695 toe.
Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding van €695 voor kosten tegenonderzoek en advocaatkosten, maar geen vergoeding voor het rijverbod.